Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarschijnlijker maken. Er zijn namelijk eenige gevallen Lekend, waarin bij den mensch, door gezwellen of atrophie Tan den Irigemmus, nevens de verlamming des gevoels, in het bereik dezer zenuw verlamming der vaten bestond, even als men die bij dieren door proeven doet ontstaan (1). Was deze verlamming der vaten het gevolg van prikkeling van den triijeminus op de ziekelijke plaats geweest, dan had de ziekte niet zonder pijn kunnen voorbijgaan. Verder is te vermelden, dat Magendie (2) de stoornissen in de voeding van het oog veel later zag intreden en veel minder uitgebreid zag, wanneer hij den stam van de vijfde zenuw tusschen de hersenen en het ganglion Gasseri, dan wanneer hij den eersten tak na zijne uittreding uit het ganglion doorsneed. Onmogelijk kan de ontsteking van het uiteinde der zenuw en de daaruit gereflecteerde prikkeling in het eerste geval minder geweest zijn dan in het tweede; daarentegen wordt het feit zeer goed verklaard, wanneer men weet, dat doorsnijding van den n. sympalhicus aan den hals dezelfde veranderingen in het oog veroorzaakt, als doorsnijding van den trigeminus (5). Hieruit volgt, dat de oogbol althans een deel zijner vaatzenuwen van den n. sympathicus door tusschenkomst van het ruggemerg ontvangt, welk deel in het ganglion Gasseri met den eersten tak medegaat: daarom worden, wanneer men den eersten tak doorsnijdt, alle vaatzenuwen beleedigd; wanneer men den stam doorsnijdt, beschadigt men slechts een klein deel daarvan.

Valentin heeft zich afgevraagd, of de vaatzenuwen bij den kikvorsch in de voorste dan wel in achterste wortels van de spinaal-zenuwen bevat zijn (4). Het.scheen hem toe, alsof infiltratie endesquamatie van de opperhuid spoediger aanvingen aan eene extremiteit, waarvan de voorste zenuwwortels doorgesneden waren , dan bij eene andere, waarvan hij de achterste wortels had doorgesneden ; wanneer echter bij een kikvorsch de sensibele wortels van den eenen

(1) Serres in Magendie, Journ. de ylnjs. V, 248; SIayo, Anatom. and phtfsiul. comment. N3. II, p. 12; Gama, Traité des plaies de téle. Paris, 1830, p. 173; Ddpdy, Fbor. N. Nol. NQ. 148.

(2) Journ. de pJitjs. IV. 176.

(3) Valentin, Futiel, nerv. p. 109.

(4) Funct. nerv. p. 155.

Sluiten