Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de motorische van den anderen achtervoet werden doorgesneden, vertoonde er zich geen verschil. Prikkeling van de achterste wortels bij den kikvorsch is, volgens J. Muiler (1), zonder invloed op de beweging des bloeds in het zwemvlies.

Wat eindelijk de verspreiding van de va-atzenuwen aangaat, zoo is het hoofdzakelijk daarom te doen, of zij in de cerebrospinaal-zenuwen der organen, met name der extremiteiten, bevat zijn, dan of zij van den n. sympatliicus uit als afgezonderde takken de vaten naar de peripherie toe vergezellen. De boven aangevoerde proeven op-den vngus en sympathicus laten zich 200 verklaren, alsof de vaatzenuwen van den aanvang af met cerebrospinaal-zenuwen vereenigd waren ; de toevallen , die na doorsnijding de zenuwen van den penis bij het paard, de nn. ischadiici bij vele dieren , bestendig en ook bij den mensch na toevallige beleediging van sommige zenuwen der ledematen zijn waargenomen, leidden tot het vermoeden, dat ook hier de zenuwen van het bindweefsel en de vaten in de operatie of beleedigingen waren betrokken. Dc penis, waarvan de ncrvi dorsales waren doorgesneden, zwol op, hing neder en esulcereerde (2); ontsteking en ettering van den bal ten gevolge van doorsnijding van den n. spcrmaticus werd reeds door Bichat opgemerkt ("3); de achterpooten werden, na doorsnijding van den n. ischiadicus op enkele gedrukte plaatsen gangraeneus; haren en nagels vielen uit; de huid van ledematen, welke door beleediging van enkele zenuwstammen verlamd of ook slechts hier en daar ongevoelig zijn, wordt livide, met zweren en afgestorvene epidermis-schubben bedekt (4); daarentegen genas Hausmann (5) de onder den naam van bevanging

(1) Physiul, I, 231.

(2) GiiNTHER, Erfahr zingen iai Geblete der Anat.. Physiul. und Thier-arzneiwissenschaft. Ileft I. ïlannovcr, 1837, S. 214.

(3) Rech. physiol. sur la vie et la mort. 4e éd. Paris, 1824, p. 515.

(4) Vgl. mijne Pathol. Unlers. S. 159. Het doorliggen (decubitus) na doorsnijding van den n. ischiadicus kan wel is waar ook uit eenen verhinderden toevoer van bloed ontstaan, doordien ongevoelige plaatsen der huid ligt aan eene te aanhoudende drukking bij het liggen en zitten blootgesteld worden ; de congestie echter, welke in de bij mensehen waargenomene gevallen het afsterven voorafging, laat zich op deze wijze niet verklaren.

(5) IIOLSCnER's Ann. I, 498.

Sluiten