Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SYMPATHISCHE VERSCHIJNSELEN DER VAATZENUWEN.

der uitwendige huid gevestigd wordt, dan ontstaan in de spieren, die zich daar verspreiden, ligt onwillekeurige zamentrekkingen (1); doorsnijding van eene spier of eene pees verlamt het tastgevoel van de daaraan beantwoordende huidzenuwen, en bij contractuur worden zij door neuralgiën aangedaan (2); eindelijk staan de spieren der ingewanden, even zoo als hunne gevoelszenuwen, met hooger gelegene deelen van den tronk in sympathie. Yerder blijkt, dat zekere gevoels- en zekere beweegzenuwen bij voorkeur digt bij elkander moeten gebragt zijn, omdat telkens de prikkeling van de eene op de andere overgaat, b. v. de sensibele zenuwen van de glollis en de motorische der uitademingspieren, de gevoelszennwen van den penis en de motorische van het vas deferens (3). De consensus tusschen gelijknamige deelen van de beide zijdelingsche helften des ligchaams (4) duidt op eene toenadering der symmetrische zenuwvezels in de hersenen en het ruggemerg.

Voor de zenuwen van het bindweefsel en de vaten zijn de verschijnselen der sympathie des te belangrijker, hoe minder zich omtrent haar beloop langs een anderen weg liet uitvorschen. Ook hiervoor geldt als regel, dat zij aan de toestanden der peripherisch in hare nabijheid gelegene sensibele en motorische zenuwen deel nemen. In elk gedeelte der cutis wordt het bindweefsel digter en slapper, naarmate de bedoelde plaats verkoeld of verwarmd wordt. De borsttepel rigt zich op, het scrotum rimpelt zich, wanneer hunne sensibele zenuwen in ligten graad worden opgewekt; de haren rigten zich op bij hevige hoofdpijn (5). Neuralgiën uit inwendige oorzaken gaan met verwijding der vaten in de pijnlijke deelen en met vermeerderde secretie der nabijgelegene klieren gepaard (6); na prikkeling van de eene of andere

der uitstrekkende zijde op liare motorische overgaat, moet echter juist, aangenomen worden, dat deze zenuwen digt bij elkander blijven.

(t) Reeds bij eene aanhoudend staren op eene plek der huid hebben bijna onwillekeurig ligte trillingen der zich daaronder bevindende spieren plaats.

(2) Volgens Stromeyer's later te vermelden uitkomsten.

(3) Bcdge, t. a. p. S. 1G3.

(4) Pathol. Vnters. S. 107.

(5) t. z. p. S. 144.

(G) 1 z. p. S. 147.

Sluiten