Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELKE VEZEL IS GEÏSOLEERD.

kan op zich zelve geprikkeld worden en op zichzelve werken , zonder dat de nabijgelegene zenuwen daaraan deel nemen. Een enkel pont wordt roeiend, ziende gevoeld (bij zintuigen, die geene plaatselijke aanschouwing opleveren, zoo als het gehoor, de reuk en smaak, kan natuurlijk ook van hare onderscheiding geen sprake z'jn) ; een enkele spierbundel wordt van den zenuwstam uit in re-sterkte zamentrekking gebragt. In het ruggemerg en de hersenen is wel is waar de mogelijkheid gegeren, dat de zenuwen aan elkander hare opwekkingstoestanden mededeelen ; maar dit geschiedt ook niet alt'jd, en bij de meeste slechts ouder bijzondere voorwaarden, waarover later zal worden gehandeld.

Elke vezel is, behalve eenige geringe afwijkingen in doormeting, ran de hersenen af tot aan de peripherie toe anatomisch gelijkaardig, en even zoo is hare physiologische verrigting ook op alle plaatsen dezelfde. Hel is volkomen onverschillig, of men eene motorische vezel in de hersenen en het ruggemerg, of op de eene of andere plaats van haar beloop in de zenuwstrengen , of binnen in de spier plLkele: aliijd zal zij de spier doen trillen. Eene gevoelige vezel bvengt p'jn te weeg, onverschillig of zij in de huid, inden zenuwsiam of in de centraalorganen geprikkeld worde, en de gezigtszenuw gevoelt zich lichtend, wanneer een prikkel de retina treft, of wanneer hare vezels in de oogholte doorgesneden , of in den llialamus door congestie of een gezwel gedrukt worden. Dientengevolge heeft elk stuk van eene zenuwvezel de krachten van de gehee'e vezel; inderdaad blijft na hare gedeeltelijke vernietiging de functie in eenen stomp , welligt in het kleinste overschot, behouden. Bijzondere omstandigheden maken het moeijelijk, het doorslaande bewijs daarvoor bij elke soort ran zenuwen te leveren;

kinderen 7.'cli onwillekeurig hij duizeligheid , die door ronddraaijing is ontstaan, verder draaijen. Zoo gaat liet ook wel Iiij de dieren. Beleedigingen van de hersenen, den pons Varolii en den pons Sylvii hebben echter altijd krampen, d. i. onbewuste zamentrekkingen der oogspieren, ten gevolge. Gewoonlijk staat, zoo als alle waarnemers opmerken, een oog naar boven, het andere naar onderen. Dientengevolge zijn de zonderlinge bewegingen van beleedigde dieren slechts gevolgen van de convulsie of verlamming van zekere beweegzenuwen van het oog. Zij houden somtijds na eenigen tijd op, wanneer de krampen ophouden of de dieren aan de schijnbeweging zijn gewoon geraakt.

7*

Sluiten