Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CENTRALE LISSEN.

centraal-organen vrij eindigen, dan wel of zij weder tot bogen gesloten zijn. Vroeger werd alleen aangetoond, dat verschillende vezels niet door centrale lissen zamenhangen , ol" ten minste, dat door de aanneming van zulke lissen niets voor de verklaring der physiologische processen werd gewonnen. Nu is liet de vraag, of er niet tusschen identische vezels eene verbinding in de hersenen beslaat. Men heeft tot nog toe geene vrije uileinden, maar wel lissen in de hersenen gevonden. Pit pleit voor de laatste meening. Het is echter niet zeker, of de vezels, die lissen vormen, voortzettingen van de ligchaamszenuwen zijn , en wanneer zij het waren, dan is door anatomisch onderzoek welligt nooit te bepalen, of de centrale lissen tot elke twee schenkels van eene peripherische lis behooren , in welk geval elke zenuwvezel eene lang gerekte ellips zoude daarstellen , dan wel of de schenkels van verschillende lissen in elkander overgaan, waarvan het gevolg zou zijn, dat alle zenuwvezels deelen van eene enkele, onafgebrokene, gedurig heen en weder gewonden vezel waren. J)e volgende physiologische waarneming zou, naar het schijnt, daaromtrent licht kunnen verspreiden. Na eene dwarse snede door het ruggemerg zijn de onder de doorgesnedene plaats naar buiten gaande zenuwen wel is waar aan den invloed van den wil onttrokken, en niet meer in slaat om gevoels-indrukken Ie weeg te brengen, maar zij behouden hare eigendommelijke krachten, want de spieren, die van deze zenuwen afhangen , blijven prikkelbaar en de huidzenuwen geleidend en veroorzaken gereflecteerde bewegingen. Men mag echter hieruit niet hel besluit opmaken, dat er geene centrale lissen aanwezig zijn, maar alleen, dat zij voor de werkzaamheid der zenuwen geene hoofdvoorwaarde uitmaken. Hetzelfde resultaat, met betrekking lot de peripherische lissen, levert ons eene andere proef. Men moge de peripherische verspreiding van eene zintuigzenuw, als ook hare eindlissen exstirperen, zoo als bij de amputatie van een lid geschiedt, toch verliest de zennwslomp zijne verrigting niet. Dientengevolge laten wij het er bij berusten, hoe het met de primitiefvezels in de hersenen moge gesteld zijn, en vergenoegen ons daarmede, dat wij weten , dat de lissen, zij mogen bestaan of niet, ter verklaring van de werkzaamheid der zenuwen niet kunnen dienen , en dat eene zenuw-physio-

Sluiten