Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langer in spieren, die door gangliënzenuwen worden verzorgd, b. v. in het darmkanaal en in het hart, dan in de spieren van den tronk ; maar ook in zamenhang met het ruggemerg verliezen de laatste hare prikkelbaarheid spoediger, en na afscheiding van het mesenterium blijven stukken van het darmkanaal langer prikkelbaar: derhalve wordt dit verschil daar niet door het gemis en hier niet door de aanwezigheid van graauwe zelfstandigheid te weeg gebragt; de grond rnoet in eigendommelijkheden van de zenuwen of spiervezels liggen (1). Daarentegen mag men ook niet beweren, dat de ganglia geheel zonder invloed op de zenuwvezels zijn , omdat de krachten de sympatische zenuwen zich niet onafhankelijk van de hersenen en het ruggemerg kunnen in stand houden.

liet schijnt , dat men de verstrooide massa's van graauwe zelfstandigheid als eene gemeenschappelijke bron voor de voeding en alzoo tevens voor de kracht der zenuwen kan beschouwen , zoodat zij elkander wederkeerig ondersteunen, maar ook quantitatief niet te zeer verminderd mogen worden , als niet het gansche systeem daaronder lijden zal. Zoo verklaar ik mij de zwakte, die volgens getuigenis van alle waarnemers in de bewegingen van de extremiteiten , en zelfs van het hart en de ademhalingsspieren (2), opgemerkt wordt, wanneer grootere gedeelten der hersenen weggenomen worden ; de vermindering van de kracht van het hart na vernietiging van een groot gedeelte van het ruggemerg, onverschillig op welke

(1) J. MüLLER zegt (Physiol. I, 738), dat de door den n. sympathicus \ootziene deelen zich in minderen graad nog blijven bewegen, wanneer hunne natuurlijke verbindingen met het organismus zijn opgeheven, en maakt hieruit het besluit op, dat alle van den n. stjmpatliicus afhankelijke, beweegbare deelen eene zekere onafhankelijkheid van de hersenen en het ruggemerg bezitten. Zij onderscheiden zich echter daardoor slechts betrekkelijk van die spieren, die door cerebro-spinaalzenuwen worden verzorgd. Tonus en prikkelbaarheid blijven na den dood langer in de spieren der ingewanden beslaan; men kan zeggen,dat zij later sterven, even als het zintuig van het gehoor bij stervenden later wordt uitgedoofd dan het gezigtszinluig. Op zekeren tijd brengt eene prikkeling nog in de spieren van den tronk, even als in die der ingewanden, bewegingen voort: daar zijn zij snel en spoedig voorbijgaande, hier langzaam en aanhoudend. Zulk eene prikkeling is reeds het uitsnijden. Een uitgesneden stuk spiervleesch kan eenige seconden lang trekken; een uilgesneden gedeelte van het darmkanaal herhaalt zijne peristaltische bewegingen gedurende onderscheidene minuien.

(2) Verg. Büdge, t. a. p. S. 122.

Sluiten