Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ziekelijk prikkelbaarder schijnt, wanneer het zich reeds in geprikkelden toestand bevindt (1). Te regt maken wij dien tengevolge, wanneer twee individu's door denzelfden prikkel in eenen verschillenden graad opgewekt worden, het besluit op, dat de opwekkingsgraad van het zenuwstelsel, of, hetzelve in rust gedacht, zijn tonus verschillend is. Waaraan men echter de levendigheid der reactie bij het denken en gevoelen moet afmeten, daarover zal later sprake zijn.

Indien men zich de zenuwen buiten de prikkeling volkomen onwerkzaam voorstelt, dan is het eenigzins wonderbaarlijk en geheel en al bijzonder, dat op elke prikkeling, daar eene zamentrekking, hier eene gewaarwording van licht of geluid volgt. Beschouwt men echter de levende zenuw als een ligchaain met bepaalde krachten , van hetwelk gewaarwording van licht of zelfbewustzijn evenzoo eene eigenschap is, als zamenhang of zwaarte van de eene of andere doode zelfstandigheid, dan is het te begrijpen, dat alles, wat de zenuw in het algemeen verandert, gelijktijdig ook de wijze verandert, waarop zij gevoelt of zamentrekking veroorzaakt (2), Ik wil daarmede niet zeggen, dat de levenskrachten , de krachten om te bewegen en te gevoelen , evenzoo het resultaat van den vorm en de menging der materie zijn , als dit voor de cohaesie en zwaarte het geval is; tegen zulk een vermoeden geloof ik mij voldoende gewaarborgd te hebben door datgene, wat ik aan het slot van het algemeen gedeelte gezegd heb. Maar hoe men ook hel raadsel van de lijdelijke verbinding der organische kracht inet de organische, stof tracht op te lossen of uit te drukken, het blijft niettemin zeker en door de ondervinding gesteund, dat de uitingen der krachten aan het bestaan van liet stoffelijke substraat gebonden en van zijne veranderingen afhankelijk zijn (5). Eene physische of chemische magt werkt alzoo óf niet op de zenuw, óf, indien zij haar stoffelijk verandert, verandert zij ook hare hoedanigheid om te bewegen of te gevoelen. Al wat ligchamelijk en buiten de specifieke zenuwen gelegen is, en, op haar werkende, hare energie of haren tonus verandert,

(1) Pathol. linteis. S. 121.

(2) t. z. p. S. 218.

(3) Verg. de noof Dl. I. bl. 279 en \oIfj. Veht.

Sluiten