Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noemen wij prikkel. De onweegbare vloeistoffen, hetzij men ze als sloffen, dan wel als krachten der stof beschouwe, mitsgaders de organen van het ligchaam zelf, zijn in deze definitie mede begrepen. liet bloed echter is, als de voedende stof, die den tonus doet behouden, geen prikkel, maar levensvoorwaarde (1).

Er zijn krachten of stoffen , die op vele of alle zenuwen werken. Mechanische drukking, bijv., verandert de spierzenuwcn, de gehoor-, alsmede de gezigts- en de tastzenuwen, ik geloof ook de reukzenuwen (2), en brengt, naarmate van hare natuur, zamentrekkingen voort, of gewaarwordingen van geluid, licht, gevoel of reuk ; alle zenuwen zijn voor galvanische prikkeling gevoelig. Daarentegen is het van alle zenuwen" slechts de opticus, welks zelfstandigheid door licht zoo veranderd wordt, dat daarna eene verandering van zijn bewustzijn plaats heeft, even als ook onder de massa der anorganisch-chemische verbindingen slechts weinige niet indifferent ten opzigte van het licht zijn en door hetzelve ontleed worden. Die prikkels, waarop een zintuig uitsluitend reageert en die het meest gewoonlijk zijne reactien opwekken , heeten adaequate of specifieke. De trillingen van den licht aether zijn voor hel oog adaequate prikkels. •

Door prikkeling wordt de werkzaamheid der zenuwen veranderd; zij doet zich nu eens verhoogd, dan weder verminderd voor, en

(1) De definitie onderscheidt zich van de gebruikelijke daardoor, dat deze den prikkel beschouwen als iels, hetwelk de werkzaamheid der zenuwen in het leven roept. Geheel en al consequent moest Br.owN bet bestaan van deprimerende prikkels ontkennen; ccne nederdrukking scheen hem slechts mogelijk toe door overprikkeling. De RASORi'sche school liet aan de feilen meer regt wedervaren, en stelde verzwakkende magten vast (contrastimulantia). Dit aannemende, beschouwt tfians de physiologie de prikkels als altererende invloeden, die echter voor een gedeelte gelijktijdig eene reactie opwekken, een streven van liet orgaan, om zich tegenover de verandering te handhaven en dien ten gevolge eene vermeerderde werkzaamheid (J. Muller, Pliysiol. I, 56). In zoo verre als de organische stof vatbaar is, om door prikkeling tot eene levensuiting te worden gebragt, wordt zij opwekbaar genoemd. Voor ons is opwekbaarheid juist slechts de vatbaarheid om veranderd tc worden, die de levende zelfstandigheid met alle andere gemeen heeft.

(2) De eigendommelijke gewaarwording, die inen ontvangt, Manneer de neus met stof of water gevuld wordt, kan ik ten minste niet anders dan reuk noemen.

9*

Sluiten