Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarnaar verdeelt men de prikkels in exciterende en deprimerende. Voordat wij dit, onderscheid verder nagaan, is het wel der moeite waardig te vragen , hoe wij in het algemeen tot het oordeel omtrent verhoogde of verminderde opwekking geraken; want in gewaarwordingen, als rood en blaauw, koud en warm, bitter en zoet, is niets gelegen, wat ons regtstreeks omtrent de intensiteit van de werkzaamheid der betrokkene zenuwen iets wijzer maakt. 1°. Vooreerst zijn het de spieren, die door den graad van hare verkorting een on middellij ken maatstaf geven voor den graad van opwekking der motorische zenuwen. In de spieren , die zich rhythmisch zamentrekken, zoo als het hart en de ademhalings-spieren, wordt gelijktijdig de rhythmus versneld" door opwekkende invloeden , vertraagd door verzwakkende. Zoo leeren wij, bijv., drukking, galvanismus, hooge temperatuur juist als middelen kennen, om de spierzenuwen in eene levendiger werkzaamheid te verplaatsen , en besluiten hieruit, dat de verschijnselen , welke in de zintuigen op eene dergelijke prikkeling volgen, bijv. de pijn (1), gevolgen van eenen toestand van verhoogde werkzaamheid zijn. 2°. Van vele gewaarwordingen ondervinden wij , dat zij door de kracht der opwekking van elkander onderscheiden zijn , daardoor, dat zij door meetbare en vergelijkbare boeveelheden van denzelfden prikkel voortgebragt worden. Toonen van eene verschillende hoogte hangen zamen met geluidgolvingen van verschillende snelheid ; de kleuren hangen zamen met oscillatiën van verschillende lengte; het gevoel van koude en van warmte, van hitte en van branden hangt zamen met verschillende hoeveelheden der zoogenaamde warmtestof; maar desniettemin is de verschillende kracht der opwekking niet het eenige, waardoor de genoemde gewaarwordingen eigenaardig gekenmerkt worden. Zij staan gelijktijdig in eene niet vérder verklaarbare qualitatieve tegenstelling, waarop ik later nog moet terugkomen. 5°. De wijze , waarop eene zenuw bij beginnende verlamming of vóór den dood gevoelig is, kan eveneens als punt van uilgang dienen Onder deze omstandigheden ontstaat in de huidzenuwen het gevoel van koude, en

(1) Het is niet overtollig dit voorbeeld aan te voeren, daar Stilling onlangs eene theorie omtrent de verhouding der vaatzenuven tot de gevoelzenuwen op de tegenovergestelde meening gegrond heeft.

Sluiten