Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet is derhalve aan le nemen, dat dit gevoel met eene verminderde, het gevoel van warmte met eene verhoogde opwekking zamenhangt. 4". Wanneer een prikkel de opwekbaarheid vei hoogt, dan volgt daaruit, volgens de boven gegevene definitie, dat hij ook de opwekking verhoogt, en omgekeerd. Door koude verliezen de spierzenuwen hare prikkelbaarheid (1) , worden de tastzenuwen stomp, door warmte opwekbaarder; eene reden te meer, om te erkennen, dat koude, dat is onttrekking van warmte, een deprimerende, toevoer van warmte een exciterende prikkel is (2). li3. Hoe meer eene zenuw is opgewekt, des te gemakkelijker breidt zich van haar de opwekking over het geheele stelsel of over die

(1) Valehtih, Fviict. nerr. p. 123.

('1) Juist in dit opzigt is liet onderzoek, dat ons liier bezig houdt, gewigtig voor de verklaring der dagelijks plaats hebbende processen; juist hierin echter is zij ook hijzonder lastig. Hoe veel is er niet over gestreden, of koude een opwekkende prikkel zijn zou, al dan niet, en hoewel de hoven aangevoelde gronden voor de deprimerende werking der koude schijnen te pleiten, hlijft er toch nog zoo menig punt van twijfel over. Zoo als bekend is, trekken zich bindweefsel en vaten door koude /amen en «orden door warmte slap. Hieruit zou men moeten opmaken, dat óf de zenuwen van deze vezels in eene geheel andere verhouding tut de uitwendige invloeden staan dan de eigenlijke spier- en gevoelzenuwen, óf dat hare contractie en expansie secundair, het gevolg van eenen antagonismus tusschen hare zenuwen en de huidzenuweu is, die men zich dan als het eerst door den prikkel aangedaan moet voorstellen. Ik heb de laatste dezer alternatieven bij eene vorige gelegenheid verdedigd (Palhol. Utiteis. S. 1 45), zonder de mogelijkheid van eene andere verklaring te ontkennen. Opmerking verdient het zeker, dal de zenuwen van bet bindweefsel ook door wrijving dercutis, bijv. aan den borsttepel, in eene verhoogde werkzaamheid geraken, en dien ten gevolge hier in eene directe sympathie met de huidzenuwen schijnen te staan; nogtans heeft men ook bij de opwekking der laatste door warmte en andere ontstekingsprikkels, vóór de verwijding der vaten, een kort tijdperk van vernaauwing waargenomen, en het zou te begrijpen zijn, dat de matige prikkeling eener huidzenuw de eonsensueel verbondene zenuwen eerst opwekt en vervolgens verlamt, terwijl eene sterkere prikkeling de verlamming terstond tot stand brengt. Eene tweede moeijelijkheid is daarin gelegen, dat aanhoudendekcude zulke hevige pijnen kan doen ontslaan ; dit zou men op die w ijze moeten verklaren, dat na eene langere zamentrekking de vaten in eerien toestand van verlamming overgaan, die zelf werderom,door bloedophooping en drukking, de sensibele zenuwen in eenen staat van verhoogde werkzaamheid verplaatst; op die wijze zouden zich de ontstekingen door koude laten verklaren (winterbuilen). Eene derde tegenwerping, die ik niet. weet te voorkomen, is de contractie van grootere ontbloote vaatstamrnen op regt-

Sluiten