Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tics bloeds verminderen, en dat exciterende prikkels deze verwantschap verhoogen, dan kan na inwerking der laatste de verhoogde werkzaamheid slechts zoo lang voortduren , als het bloed voedende bestanddeelen toevoert. Zijn deze hieraan onttrokken, dan moet hetzelfde ontstaan, alsof de aantrekking der zenuwen ten opzigte van de voedende stoffen verminderd was: de werkzaamheid moet onder de normale maat dalen. Gesteld, het bloed bevond zich in een bestendig gelijkmatigen omloop, dan zou elke plaatselijke opwekking ten laatste eene algeineene vermoeijenis ten gevolge hebben, zoo als inderdaad plaats heeft. Voegt men nog hierbij, dat prikkeling eener zenuw evenzoo aan het centrale als aan hel peripherische uiteinde eene verwijding der vaten, tragere bloedbeweging , zelfs stilstand van het bloed te weeg brengt, dan moet zich lang voor de aigemeene vermoeijenis eene plaatselijke voordoen. In de geprikkelde deelen moet reeds de stofwisseling minder levendig en de uitputting voelbaar worden, voordat zich de invloed over het geheele organismus uitstrekt. Dit is werkelijk het geval.

Het laat zich niet miskennen, dat bij de levens-uitingen dei zenuwen twee momenten zamenwerken , die niet altijd aan elkander naauwkeurig beantwoorden. De werkzaamheid kan levendig en krachtig zijn, en in dezelfde mate lang voortduren. In andere gevallen nogtans laat zich eene onevenredigheid tusschen kracht en duur opmerken; heeft men het vermogen eener zenuw naar de eerste proef in het eerste oogenblik der prikkeling beoordeeld, dan ziet men zich bedrogen, want zij houdt het niet vol, en doet in het geheel minder dan vele andere, die aanvankelijk minder schenen te beloven. Men kent deze toestanden en heeft ze nu eens als onware sthenie, dan weder als prikkelbare of erethische zwakte of als erelhismus aangeduid ; zij schijnen op eene onevenredigheid tusschen de aantrekking van de voedende bestanddeelen des bloeds door de zenuwen en zijnen toevoer te berusten. Eene meer uitvoerige bespreking van dit onderwerp bespaar ik mij voor eene andere gelegenheid.

Uit den staat van uitputting, die door de secundaire werking van eenen exciterenden prikkel voortgebragt wordt, herstelt zich, zoo als vermeld is, de zenuw weder, doch niet alleen tot aan den graad van werkzaamheid, die zij vóór de opwekking bezat,

Sluiten