Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bleekheid van kleur; zonder eenig onderscheid in kleur zou echter ook geene begrenzing denkbaar zijn, behalve dan, wanneer men, zoo als niet zelden gebeurt, in plaats van den vorm, de beweging voorstelt, en de grenzen als het ware in gedachte teekent. Nog meer verwant aan de gezigtsverschijnselen, dan de willekeurige voorstellingen , doen zich de onwillekeurige voor, die bij den loon eener stem, het noemen van eenen naam , plotseling verrijzen , en evenzoo snel weder verdwijnen. De onvolkomenheid van deze beelden heeft grootendeels haren grond in het aandeel, hetwelk het denken aan de voorstelling neemt. De herinnering aan eene streek, eene kamer, wekt hel beeld daarvan op met de gewone opvulling van het gezigtsveld; wij kunnen echter zulk een beeld niet beschouwen, zonder het als het ware Ie specificeren , en op afzonderlijke gedeelten meer bepaald de aandacht te vestigen ; en dan hebben wij niet meer het begrip van het oorspronkelijke beeld , maar een deel daarvan , en aan dit begrip beantwoordt weder de gezigtsvoorstelling , die in de plaats van het geheel treedt. Ook in den drooin verrast het ons somtijds, dat niet het geheele gezigtsveld consequent is aangevuld, maar, om zoo te zeggen, slechts het wezenlijkste deel, b. v. het hoofd van een persoon , gezien wordt. — Na elke levendige of aanhoudende zintuigelijke waarneming laat zich de overgang van het beeld in den vorm van de zintuigelijke voorstelling waarnemen. Dij gezigtsvoorwerpen worden eerst de kleuren bleeker, terwijl de omtrekken blijven, of deze laatste verdwijnen, terwijl nog enkele kleurtoonen in betoog blijven hangen , en het geheele beeld valt weg op eene moeijelijk te beschrijven, maar zeker een ieder wel bekende wijze, zoodat bijv. van een aangezigt de neus nog duidelijk is, wanneer de mond reeds door eene willekeurige inspanning als het ware uit den nevel moet worden te voorschijn gehaald. Zoo gaat van een muzijkstuk nu eens de melodie verloren , en enkele krachtige toonen blijven naklinken, dan weder het timbre, en slechts de melodie gonst nog lang in het oor op dezelfde, ik zou willen zeggen , abstracte wijze, als wij gewoonlijk melodiën plegen voor te stellen (1).

(1) Wanneer van eene zich verwijderende muzijk steeds zachtere toonen lot ons komen, dan kunnen wij de zachtste en derhalve meest verwijderde, niet meer van onze inwendige, derhalve het digtst hij zijnde, scheiden (Jean Pacl, Museum. Blicke in die Traumwelt, § 3).

Sluiten