Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Belangrijker dan de tot nog loe opgegevene punten van verschil zou de omstandigheid kunnen schijnen , dat wij het zintuigverschijnsel naar builen stellen, doch de voorstelling als eene eigene affectie erkenen; maar deze stelling is slechts voor de hoogere zintuigen waar, bij welke juist het naar buiten stellen eene aangeleerde, door het zaméntreffen met andere zintuigen veroorzaakte misleiding is, waartoe de grond bij de afzonderlijke voorstelling wegvalt. Ongetwijfeld schijnt het ons. alsof wij de voorstellingen van zigtbare voorwerpen, misschien ook gehoorvoorstellingen , even als de gedachten, van binnen in het hoofd voorlbraglen; voor de andere zintuigen is echter de plaats der voorstelling en de objective gewaarwording schijnbaar niet verschillend. Het begrip »ruig" wekt gewoonlijk de gezigtsvoorstelling van eene harige oppervlakte op, even als zich in het algemeen voorstellingen in het gebied der andere zintuigen zeldzaam, als het ware slechts in geval van noodzakelijkheid en zeer onvolkomen voordoen. Iloept men opzettelijk de daaraan beantwoordende gevoe 1 s-voorstelling in het leven, dan doet zij zich aan de vingers voor; willekeurige voorstellingen van reuk en smaak worden zoo zeker op den neus en de tong overgedragen, dat men zelfs zonder opzet de daaraan beantwoordende bewegingen van snuffelen en proeven maakt. Hieruit volgt, dat de schijnbaar verschillende plaats bij gezigtsphanlasmata geen wezenlijk onderscheid tusschen gewaarwordingen en voorstellingen dnarstell, maar dat zij op bijzondere, alleen aan het gezigtszintuig eigene omstandigheden berust, en dal wel óf in de kwaliteit van deszelfs energiën, ól' in deszelfs anatomisch maaksel.

2. De identiteit van zintuigelijke voorstellingen en gewaarwordingen vertoont zich in hare betrekking lot de eigenlijke verrigtingen van den geest, het denken en willen. Begrippen van zintuigelijke voorwerpen, alsmede hartstogtelijke opwekking geven aanleiding nu eens tot concrete zintuigelijke voorstellingen, dan weder tot werkelijke zintuigverschijnselen, naar mate van de intensiteit der psychische werkzaamheid en de opwekbaarheid van het zintuig. De voorstellingen, die door vrees worden opgewekt, klimmen dikwijls tot eenen graad van levendigheid, die omtrent de werkelijkheid der verschijning nagenoeg geen twijfel overlaat. Bij de gedachte

Sluiten