Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan een geluid, een gezigt, dat wij verwachten, kan de voorstelling daarvan in elk oogenblik eene zintuigmisleiding worden, zoo als bij het luisteren en zoeken. Een zeer gewoon voorbeeld van deze soort van zintuigmisleidingen, die men voorgevoel zou kunnen noemen, levert de omstandigheid, dat wij eenen vinger, die wij in water willen doopen, om hem ligt te bevochtigen, somtijds meermalen na elkander droog weder terugtrekken , daar wij de natheid en koude gevoelden, vóór dat de vinger het water bereikt had. Wie heeft al niet de gewaarwording van regendroppels in het gezigt en de handen gehad, als hij regen vermoedde!

5. Zintuigelijke voorstellingen kunnen zich, even als de subjeclive zintuigverschijnselen, met de objective indrukken zoo verbinden, dat zij hiermede als het ware een geheel uitmaken. In eene reeks van snel op elkander volgende, gelijkmatige slagen, hoort men willekeurig achtsten, triolen, zestienden enz. naarmate men den 2(3en) jden 0f 4den s]ag; enz. willekeurig versterkt denkt. Bij de objective gewaarwording komt hier de voorstelling van een rhythmus, die in eene tijdsruimte onderscheidene tijdsruimten van den gehoorden rhythmus omvat, en het gevolg is hetzelfde, alsof objectief de 2de, 5de of 4Jo slag sterker ware. Iets soortgelijks heeft in het oog plaats, wanneer wij, in een veld van even ver van elkander af staande punten, nu eens dwarse, dan weder loodregte, dan weder diagonale lijnen zien. Op dezelfde wijze handelt men met de objective indrukken , door een handdoek tot een spook , eene wolk tot een dier, een in de verte rammelenden wagen tot een marsch van trommels te maken , enz. Wij hebben zoo even aan de zintuigmisleidingen bij het zoeken gedacht. Reeds in zoo verre, als zij zich in het objective gezigtsvekl voordoen, behooren zij hiertoe; meer nogtans om die reden, dat zij meestal eene objective waarneming tot basis hebben, in welker algemeene omtrekken als het ware het subjective beeld ingedragen wordt.

4. Uit de stelling, dat de zintuigelijke gewaarwording eene energie of kwaliteit van de zenuw is, volgt onvoorwaardelijk, dat de afzonderlijke zenuw geen twee indrukken te gelijk kan gevoelen: kon dezelfde vezel bijv. rood en blaauw gevoelen, dan moet zij te gelijk rood en niet-rood zien, hetgeen logisch onmo-

Sluiten