Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogen weg, en opene ze: in eene seconde tijds zal zich de pupil zamentrekken; men zal echter den dag gedurende onderscheidene seconden lichter ontwaren , hetgeen van de ophooping der gevoelende kracht in de gezigtszenuw afhankelijk is. Daarna sluite men het oog weder, bedekke het, en djnke zeer levendig aan een dobbelsteen, — men vatte een duidelijk beeld van al zijne kanten rood gekleurd in het oog van den geest op, daarna groen gekleurd, en vervolgens blaauw ; eindelijk opene men het oog, en na de eerste seconde, waarin men op de zamentrekking van de iris rekenen moet, zal men niet de minste vermeerdering van het daglicht aanschouwen , of liever men zal niet in het minste verblind zijn , omdat de sensoriële kracht bij het denken aan de zigtbare voorwerpen verbruikt is."

Wanneer deze waarneming juist is, — ik stem toe, dat mij de beslissing zeer moeijelijk toeschijnt, — dan pleit zij zonder twijfel onwederlegbaar voor het aandeel der zintuigzenuwen aan de voorstellingen.

Overweegt men al deze gronden , dan zal men geneigd zijn aan te nemen, dat zinluigelijke voorstellingen (in de boven opgegevene beteekenis, zoo als ik nogmaals doe opmerken) en zintuigelijke gewaarwordingen noch ten opzigte van haar wezen, noch ten opzigte van haren organischen grond onderscheiden zijn, dat derhalve ook de zintuigelijke voorstellingen ver ri gt in gen, dat wil zeggen toestanden, der z in t uig zen uwen zij n. Dezintuigzenuw, als het orgaan, door welks tusschenkomst de buitenwereld en het denkende in ons met elkander in aanraking worden gebragt, kan van beide kanten tot eene uiting harer energiën worden opgewekt, die óf in den vorm van een zinluigelijk verschijnsel, óf in dien van eene zintuigelijke voorstelling plaats heeft. Het eerste doet zich , zoo veel wij weten , bij objective prikkels altijd voor; bij psychische affectiën daarentegen is het zintuig-orgaan gewoonlijk in den vorm van voorstelling werkzaam (1); men zou dus

(1) Daar op prikkels, die de zenuwen in bare gelieele uilgestrektheid aandoen, zoo als dit bij objective, van de peripherie uit -werkende indrukken het geval is, de reactie steeds als zintuigelijk verschijnsel volgt, zou men kunnen aannemen, dat het karakteristieke daarvan in trillingen van de geheele vezel bestaat, dat de invloeden van den geest van gewone sterkte, met name die van

10*

Sluiten