Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NV anneer het denken de aandoeningen van de ligchaamszenuwen veroorzaakt, is dit een verschijnsel der sympathie; dat de mededeeling plaats heelt en hoe ver zij zich uitstrekt, hangt, volgens de bovengenoemde wetten , van de volgende omstandigheden af.

1. Van de sterkte van den prikkel. Indrukken van dezelfde soort veroorzaken eerst rustig denken, en vervolgens, wanneer zij zich herhalen en opeenhoopen, hartstogt, even als omgekeerd de hartstogtelijke opwekking, welke door eene gedachte in het eerste oogenblik werd in het leven geroepen, allengs en in dezelfde mate afneemt, als de scherpte van de gedachte door gewoonte wordt afgestompt. Als eene gedachte in zekerheid toeneemt, breiden zich de daaraan beantwoordende sympathische bewegingen uit. Op het oogenblik , waarop men iemand eene zachte of dubbelzinnige onaangenaamheid zegt, kan men den blik onzeker zien worden, eene ligte roodol bleekheid over het aangezigt zien gaan, die afneemt of blijft toenemen, naarmate het gesprek ten goede of ten kwade keert.

2. Van den staat van opwekking of de prikkelbaarheid van het zielsorgaan, omdat het'effect van de prikkeling met de opwekbaarheid toeneemt. In welke mate bloedaandrang naar de hersenen (bijv. bij beginnendenhydrocephalus), hersenontsteking enz. tot hartstogten aanleiding geven, is genoegzaam bekend. De dagelijksche ondervinding leert ons, dat contrasten de uitbreiding dersympalhiën van het denkorgaan bevorderen. Het is ook hier niet de plotselinge opwekking, maar de plotselinge overgang van den eenenvorm van opwekking in den anderen, die schokt, omdat door elke aanschouwing de prikkelbaarheid voor de tegenovergestelde verhoogd wordt, en deze derhalve, wanneer zij van huiten wordt aangeboden, als een heviger prikkel wordt waargenomen. Onvoorbereide droefheid is even nadeelig, als onvoorbereide vreugde, en zelfs wanneer in geene van beide tegenstellingen iets gelegen is, wat op zichzelf hartstogt zou opwekken, dan ontstaan toch door de snelle afwisseling symphatiën, lagchen of weenen. Wanneer men een persoon, aan wien men een treffend berigt heeft mede te deelen, allengs tot analoge gedachten brengt, dan doet men opzettelijk, wat ongeschikte verhalers van anecdoten, die de aardigheden aantoonen, onwillekeurig doen: men matigt de prikkelbaarheid, hierdoor de opwekking, hierdoor eindelijk de sympathische bewegingen. Het is even zoo met de

Sluiten