Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betrekking tot het individu zeiven met J. Mülleii (1) een wezenlijk vereischte ter opwekking van hartstogt vinden. Men wordt aangedaan door een verheven natuurverschijnsel, eene naïf voorgedragen waarneming of eene scherpzinnig doorgevoerde deductie, vooral indien zij met verrassing gepaard gaat; aan den anderen kant zijn wij in staat, voorwerpen, die gewoonlijk hartstogt opwekken , tot het onderwerp van rustig denken temaken. Wanneer men het lijden van eenen vreemden ziet, dan hangt het dikwijls van ligcharnelijke stemming af, oi men daaraan eene beschouwing knoopt, hoe liet ontstaan is, of hoe hem er af te helpen, dan wel of men beklemdheid, huivering, gevoel van medelijden of afkeer gevoelt. De begrippen van het aangename of onaangename zijn eigendommelijke , niet verder verklaarbare vormen der aanschouwing, maar op zichzelve even zoo min gevoel, als de gedachte, dat dit moet worden gezocht en dat vermeden , wil is. De genoemde begrippen worden eerst dan gevoel van lust en onlust, wanneer zij levendig genoeg zijn om sympathische bewegingen op te wekken, even als de gedachte, om den onlust te ontwijken, tot wil wordt, wanneer zij°de doelmatige bewegingen in het leven roept, hetgeen nu en dan zelfs zonder uitdrukkelijke innerlijke overtuiging , men zegt instinctmatig of onwillekeurig, geschiedt. Gedachten, die betrekking hebben op het individu zeiven, worden slechts daarom ligt hartstogt, dat zij, als ik het zoo zeggen mag, sterker gedacht worden. Hoe menigvuidiger mij eene wet door waarneming bevestigd werd, des te grootei is het contrast, en dus ook de ontsteltenis, wanneer de eerste tegenstrijdige waarneming zich voordoet; hoe meer ik gewoon ben, mijne gedachte op een goed of een persoon te vestigen , des te scherper gevoel ik den afstand na het verlies daarvan , des te dieper de droefheid daarover. ]Va deze en soortgelijke waarnemingen zou ik als grondstelling willen vaststellen , dat eene voorstelling des te intensiver is, naarmate zij veelzijdiger betrekkingen heeft, meer andere in zich sluit, en menigvuldiger met andere is herhaald geworden. Gedachten, welke eigene bezitting of verlies tot onderwerp hebben, moeten om deze redenen de meest intensive zijn. Maar ook blootelijk/afgetrokken meeningen

(1) Physiol. II, 573.

Sluiten