Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I);it dit op bijzondere betrekkingen lusschen het orgaan der ziel en de eene of andere groep van zenuwen zou berusten, kan men niet meenen , daar de sensibele en de vaat zenuwen reeds onder elkander menigvuldiger in antagonistische dan in sympathische betrekkingen staan. In het algemeen kan men eenen directen invloed van het denken op de vaatzenuwen niet bewijzen; de veranderingen van de laatste kunnen even goed als secundair worden beschouwd, ten gevolge van eene prikkeling of depressie van overeenkomstige spier- en zintuigzenuwen ontstaan (1).

Hoewel de beschrevene veranderingen van het gevoel en de beweging zich bij de meest verschillende gedachten, wanneer zij slechts intensief genoeg zijn, kunnen herhalen, zoo is nogtans het onderwerp van het denken, of, wat hetzelfde is, elke specifieke vorm van de werkzaamheid van het zielsorgaan in zoo verre van invloed, dat zekere gedachten ligter en gewoonlijker van eene opwekking, andere van eene depressie der zenuwen vergezeld gaan. Men heeft om die reden de aandoeningen in exciterende en deprimerende verdeeld. Het gevoel van eene matige opwekking, b. v. van eene matige warmte in de tastzenuwen, en het gevoel van de energie in de spierzenuwen , is aangenaam; daarom zijn de exciterende aandoeningen meestal tevens aangenaam, de deprimerende onaangenaam. Men keerde nu de stelling om: men noemde de aangename gewaarwordingen exciterend, de onaangename deprimerend , en stelde zich voor, dat de gewaarwording van het aangename eene zuiver geestelijke verrigting was, van zekere voorstellingen vergezeld, en dat deze gewaarwording voordeelig en prikkelend op het ligchaam werkte, terwijl daarentegen het gevoel van het onaangename eene verlammende , nederdrukkende werking zou uitoelenen.

(1) De invloed van de gemoedsbewegingen op afscheidingen wordt naar liet boven medegedeelde op die wijze verklaard, dat in de eerste plaats de tonus der vaten en middellijk de uitzweeting van liet hloedplasma vermeerderd of verminderd wordt. Het is zoo doende te begrijpen, boe de afscheidingen spaarzamer of rijkelijker, dunner of meer zamengedrongen worden. Raadselachtig blijven echter nog bare eigendommelijke, qualitatievB veranderingen. Ofschoon het ook nog betwijfeld worden mag, of bet speekselder dieren in toorn werkelijk vergiftig wordt, zeker is het, dat het zog door gemoedsbewegingen schadelijke eigenschappen verkrijgt , en dat de contenta van het darmkanaal, met name de gassen, bij vrees een geheel bijzonderen reuk aannemen.

Sluiten