Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

billik vuil eene vreemde taal of liet bespelen van een instrument. Wat eene mogelijke beweging tot werkelijkheid brengt, is niet de bestemdheid van den wil, maar de intensiteit, waarmede de beweging gedacht wordt, en de prikkelbaarheid van de spierzenuwen. Tot eene in den strengsten zin des woords willekeurige, voorbedachte beweging behoort de daaraan beantwoordende voorstelling (1) te gelijk met de overtuiging, dat de beweging voor het individu uitvoerbaar is. Het spraakgebruik noemt slechts die handelingen willekeurig, waaraan dit zelfstandige voornemen voorafgaat. De overgang van denken tot handelen vindt echter even goed plaats in gevallen, waarin ik mij een ander handelend denk; dit blijkt uit de zoogenaamde onwillekeurige bewegingen , waarmede men een onervaren rijder, kegelaar of worstelaar nagaat. Ilij komt ook tot stand, ik zou kunnen zeggen, voordat het zelfstandig voornemen in zijn geheel beslist is; men hangt tusschen twee alternativen, en heeft de eene reeds gekozen, zonder dat men nog eene regte beslissing met bewustzijn genomen heeft; eindelijk volgen er handelingen op gedachten, die volstrekt geen bewust voornemen tot handelen in zich

(1) De voorstelling, -waarop beweging volgt, is niet altijd, en misschien slechts in de minste gevallen, voorstelling van de beweging; het menigvuldigst is zij voorstelling van het doel. Daarom zijn wij, zoo als Volkers te regt opmerkt (MüLLEr's Arcliiv , 1838, S. 469), niet in staat bewegingen tcleeren, die volstrekt niet doelmatig zijn. Onder de door denken over het doel ingestudeerde bewegingen leeren wij later die ook zonder het voorgestelde doel volbrengen, door welke de houding van het ligchaam zigtbaar of voelbaar veranderd wordt, b. v. de bewegingen vari de spieren van den tronk; men kan de hand sluiten zonder iets te grijpen : in plaats van de voorstelling van het doel schijnt hier eene gezigts- of tastvoorstelling met de spierzamentrekkingen gepaard te gaan. Zelfs leert men enkele spieren, b.v. den palmaris Ion/jus, op deze wijze zaïnen te trekken, door op de huid, die over hare pees gelegen is, aanhoudend te staren. Bij inwendige spieren gelukt dit niet: men kan b.v. de larynx niet. in de hoogte brengen zonder eenea hoogen toon te zingen en de inspanning daartoe tc doen; het zacht verhemelte wordt willekeurig alleen opgeligt of neergelaten, door met den neus of den mond adem te halen. De spieren van de blaas en het darmkanaal laten zich, voor zoo ver men weet, zonder het voorgestelde doel van de excretie, niet tot werkzaamheid brengen, en toch kan de ontlasting, zelfs bij eene geringe opvulling, willekeurig plaats hebben , zoodra men zich in de hiervoor geschikte positie en omgeving plaatst. Hieruit blijkt tevens, hoe ervan de willekeurige bewegingen slechts allengs een overgang tot die plaats grijpt, die ieder onwillekeurig noemt, zoo als de erectie en de bewegingen bij gemoedsaandoening.

Sluiten