Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevatten, handelingen, die ten deele zelfs niet eens doelmatig zijn. Bij ingespannen denken zegt men zich namelijk het slot van eene gedachtenreeks somtijds overluid voor; men spreekt ook hard op, wanneer inen zich door redenen legen eene onaangename vooistelling wil troosten ; men doet onwillekeurig eene in het oog loopende, geaffecteerde beweging na, of maakt er fratsen op, enz. Hiertoe behoort verder de aanstekelijkheid niet alleen van geeuwen en kramp, maar ook van willekeurige bewegingen, waardoor spraak •en schrift van vrienden, echtgenooten of geliefden naar elkander beginnen te gelijken. Temperamenten inet levendige sympathiën zijn voor zulke navolgingen meer geneigd dan andere, even als elke soort van de zoo even genoemde bewegingen bij verhoogde opwekbaarheid eerder lot stand komt. Men kan b. v. door narcotisatie met tabak in eene stemming geraken, waarin men van zichzelven niet geheel en al zeker is, en vreezen moet om onbetamelijke of beleedigende gedachten, die iemand juist door het hoofd gaan, werkelijk uit te spreken. Na zulke waarnemingen kan ik mij den toestand van vele krankzinnigen wel verklaren , die zich door de verzoeking tot afschuwelijke handelingen, tot eenen moord aangegrepen gevoelen, en in rustiger oogenblikken de bedreigden voor henzelven waarschuwen.

Uit de beschrijving, die wij hier getracht hebben te geven, kan het besluit worden opgemaakt, dat gevoel en wil geene bijzondere vermogens der ziel, veel minder nog aan bijzondere organen gebonden zijn. Het vermogen om te gevoelen en te bewegen bestaatjuist alleen in de geschiktheid van het zielsorgaan , om zich met de zenuwen der zintuigen en der spieren in sympathische betrekking te stellen. Bij de zintuigen is deze sympathie wederkeerig: gedachten veranderen de stemming der zintuigzenuwen , de stemming der zintuigzenuwen oefent invloed uit op de gedachten ; het beeld wekt een begrip op, het begrip roept het hieraan beantwoordende beeld in het leven. Tusschen motorische zenuwen en de ziel schijnt het verkeer slechts in ééne rigting, van deze op gene, plaatste hebben (1). Eene voor-

(1) Dc zoogenaamde spierziu, het bewustzijn van de zamentrekking in tic spieren , kan men niet als een bewijs voor de terugwerking der spierzenuwSh op bet ziels-

Sluiten