Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rrieer gevorderden ouderdom vormen zij bleeke, fijn gegranuleerde strengen, welke overlangs onduidelijk gestreept zijn; ook de ovale kernen liggen alsdan in overlangsche rijen , en zoodra het gelukt de vezels te isoleren, blijven aan elke vezel de celkernen, achter elkander geplaatst, vastgehecht. De vezels zelve zijn met bepaalde , maar niet donkere omtrekken voorzien, en hebben een bleek, gegranuleerd voorkomen. Schwann vermoedt, dat zij buizen zijn, en door aaneensluiting van de primaire cellen, waarvan de tusschenvvanden geresorbeerd worden, zijn ontstaan. De celwanden zouden, volgens zijne meening, tot vorming van de scheede der primitiefbuizen ineensmelten; de kernen, die bij volwassenen somtijds op deze scheede geplaatst zijn , of, volgens Sciiwann, aan hare inwendige oppervlakte liggen, zouden overgeblevene kernen der primaire cellen zijn; het zenuwmerg zou als eene secundaire nederzetting aan den binnenwand van het oorspronkelijke celvlies te beschouwen zijn. Te gelijk met de ontwikkeling van het merg zou de rest van de celholte door den ascilinder moeten worden opgevuld.

Sciiwann stelt nog eene andere hypothese omtrent de metamorphose van de embryonale zenuwvezels tot primitiefbuizen, deze namelijk, dat zich tegen elke vezel het zenuwmerg als een bast zoude aanleggen en de vezel zelve den cylinder oxis zou vormen. Hij gaat niet verder op deze meening door. Het komt mij echter voor, dat zij, naar al hetgeen later door Rosentiial (!) en Valentin (2) is waargenomen, en met betrekking tot de reeds meermalen besprokene analogie met de gestreepte spieren , beter is. Valentin vond in het centrum semiovale van de hersenen vezels, die door dwarswanden hare zamenstelling uit cellen verrieden; hare wanden bevatteden een vezelig vormsel, en de rondachtige en langwerpig ronde kernen lagen binnen in haar. Deze kernen worden bleek en verdwijnen, wanneer de primiliefvezels lichter worden. Rosentiial zag binnen in de primitief buizen kleine donkere punten, misschien overblijfsels van de geresorbeerde kernen van den ascilinder. Omtrent de uit in rijen geplaatste cellen be-

(1) Fortnalio granulosa, p. 30.

(2) MüllER's Archiv, 1840, S. 221.

Sluiten