Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voordoen, herhalen zich bij de gangliënkogels. Sciiwakn houdt hun buitenst omhulsel voor het oorspronkelijke celvlies; de ptimaire cellen, die in den bast van de hersenen der einbryones liggen, behoeven zich derhalve slechts uit te zetten en de puntvormige zelfstandigheid in hare holte voort te brengen, ^alentin (1) beschrijft de ontwikkeling der gangliënkogels in de hersenen op de volgende wijze: De hersenzelfstandigheid van een 1 lang runds-embryo bevat kernen van 0,0024"' doormeting, die zelden verdeeld zijn, meestal een kernligchaampje bevatten , en door waterheldere cellen omgeven zijn, waarvan de doormeting 0,006 bedraagt. De cellen bersten zeer ligt; zij liggen in den beginne digt bij elkander, en platten zich zelfs hierbij op enkele plaatsen tot vijf- of zeszijdige polyëders af. Er komen, ofschoon zelden, ook cellen zonder kern voor. Naar buiten aan de wanden der cellen vertoonen zich hierop enkele korreltjes, die spoedig in aantal toenemen, zoodat zich eene korrelige massa om elke cel in het bijzonder afgezet voordoet, en allengs de oorspronkelijke cellen voor deze korrelige zelfstandigheid geheel en al plaats maken. Bij embryones Tan 10" lengte bedraagt de gemiddelde doormeting van de kern 0,0056'", van de cel 0,0078"'; beide hebben derhalve in grootte nog iets gewonnen: de grondmassa doet zich aan fijne doorsneden om de cellen naauwkeurig omschreven voor, en vormt ronde of eivormige kogels, welke van binnen de oorspronkelijke cellen met hare kernen insluiten. Neemt men bij deze beschrijving in aanmerking, wat ik vroeger omtrent den vorm en het chemisch karakter der gangliënkogels heb medegedeeld, dan kan men het wel voor bewezen houden, dat de zoogenaamde kern der gangliënkogels (Plaat IV, fig. 7, B, b) met de elementaircel van andere weefsels overeenkomt, en dat de fijnkorrelige zelfstandigheid als het ware om elke cel een naauwkeurig omschreven stuk cytoblastema of intercellulairstof daarstelt. Of deze van buiten door een vlies wordt overtrokken , blijft voor de gangliënkogels in de centraalorganen onbeslist; in de gangliën zelve is het buitenste omhullingsvlies der gangliënkogels, dat met celkernen voorzien is, niet moeijelijk te onderscheiden (Plaat IV, fig. 7, A). Dit is derhalve een secundair

(1) t. a. p., S. 218.

Sluiten