Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij aan de zenuwen zelve specifieke krachten en daarmede specifieke punten van verschil toekennen, moeten wij vrel is waar ook toegeven , dat motorische en sensibele vezels, indien zij toevallig zamengroeijen, onbruikbaar worden ; maar daarentegen zal toch; naar alle waarschijnlijkheid, een zeker aantal sensibele vezels weder sensibele, en een aantal motorische vezels motorische ontmoeten; en dit is voldoende, om de verbinding van de peripherische uiteinden der vezels met de centrale uiteinden te verkrijgen en de sympathie met het denkorgaan mogelijk te maken. Dit laatste zal zich door gewoonte in de nieuwe orde van zaken leeren schikken.

Wanneer doorgesnedene zenuwen niet meer aan elkander groeijen, dan verliezen de vezels van het onderste stuk niet alleen na eenigen tijd hare prikkelbaarheid, maar zij vertoonen ook zigtbare veranderingen in vorm. Valentin (1) vond wel is waar de vezels van het onderste stuk aan de gezonde gelijk, alleen iets sterker gekronkeld en minder doorschijnend; maar daartegenover stemmen H. Nasse (2), Günther en Sciiön (5) en Bruns (4) daarin overeen , dat het merg in zenuwen, die aan den invloed van de centraalorganen zijn onttrokken, zich binnen eenige weken evenzoo verandert en stremt, als na den doöd ; na 6—-8 weken vonden Günther en Sciiön de vezels plat, zamengevallen, nu en dan bandachtig; haar inhoud was als het ware verdwenen. In gevallen, waarin de zenuwstompen wel waren geheeld' maar de functie onvolkomen hersteld was, vertoonden zich een aantal prirnitiefvezels op deze wijze veranderd.'

De wezenlijke, aan het zenuwstelsel toebehoorende elementen , primitiefbuizen en gangliënkogels, zijn elkander in alle gewervelde dieren volkomen gelijk, behalve geringe wijzigingen in de doormeting van de buizen en kogels, en in de vormen en pigment ophoopingen van de gangliënkogels. Aanzienlijke wijzigingen worden er echter met betrekking tot de gelatineuze vezels van den n. sympatliicus gevonden , die, zoo

(1) Funct. nerv., p. 127.

(2) t. a. p. S. 409, 412. 413.

(3) t. a. p. 276 , 283.

(4) Allg. Anal., S. 144.

Sluiten