Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de oorspronkelijke zenuwcilinder uit ecnen doorschijnenden cilinder bestaat, die kleiner, gelijkvormiger en met eene andere zelfstandigheid, misschien van celvliesachtigcn aard, bedekt is. Het buitenste omhulsel scheen hem uit gekronkelde draden, de binnenste cilinder uit een bijzonder, doorschijnend, homogeen vlies gevormd te zijn, en met een geleiachtig, dik vocht gevuld. Hij is volstrekt niet verder deelbaar. Tot het buitenste omhulsel rekende Fontana ook nog de bindweefsel-vezels, die somtijds aan de zenuwen voorkomen. In de hersenen zag hij doorschijnende, onregelmatige cilinders, als darmen gewonden, somtijds takkig, en afgeronde of ovale ligchaampjes met eenen lichten zoom, kortom, de in water zich vormende coagula. Op Plaat IV, fig. tl, is eene buis uit de hersenen afgebeeld, die een lymphevat zon zijn. Het is klaarblijkelijk eene der zoogenaamde varikeuze zenuwvezels. Het netvlies, voor -welks onderzoek Fontana in het bijzonder konijnen-oogen aanbeval, bestaat volgens hem uit een straalvormig gedeelte, de zenuwvezelbundels, en een mergachtig gedeelte; het laatste bedekt de zenuwstralen van voren, naar de pupil toe, en is uit zeer kleine en doorschijnende, naauwkeurig met elkander vereenigde sphaeroïdische ligchaampjes van 0,0034'" doormeting zamcngesteld; deze hangen vast aan eene celstof, die hun tot steun schijnt te dienen (p. 378).

Treviranos (Ferm. Schr. I, 1816, S. 128) stemt ten opzigte van de zenuwen met Fontana tamelijk wel overeen, en beschouwt ze als vliezige buizen, die met eene taaije stof, het eigenlijke zenuwmerg, opgevuld en door scheeden van celweefsel tot bundels vereeriigd zijn. In het zenuwmerg onderscheidt hij zachte, ten deele doorschijnende, ten deele eenigzins donkere vliezige buizen, kogeltjes, die kleiner zijn dan bloedkogeltjes, en onregelmatige, dikwijls darmvorraige massa's, die uit eene vereeniging van kogeltjes schijnen ontslaan te zijn. In versche zenuwen vertoonden zich alleen de kogeltjes. Trevirands bevestigt ook de opgave van Fontana, dat eene buitenste scheede uit gekronkelde cilinders de primitief buizen omgeeft; hij zag echter deze cilinders slechts naast elkander zonder verbinding naar beneden loopen, meestal een aan elke zijde der buis (de dubbele omtrekken). Wanneer het buitenste vlies was afgescheurd, dan ontbraken ook de cilinders; zij waren verdwenen, nadat de zenuw 24 uren in alcohol bad gelegen. De genoemde elementen, waaruit de zenuwen bestaan , maken volgens Treviranos ook de zelfstandigheid van de hersenen en het ruggemerg uit; in de zenuwwortels liggen de kogeltjes in evenwijdige, overlangs loopende rijen zonder scheede naast elkander. In het ruggemerg liggen zij geheel en al zonder orde; tnsschen de kogeltjes be. vinden zich wijdere en naauwere cilinders; aan den rand van het praeparaat staken waterheldere vliezige buizen uit. Al deze deelen zijn gehuld in eene slijmachtige ongeorganiseerde slof.

Op eene andere wijze hebben Prévost en Dcmas aan de dubbele randen der zenuwen eene verkeerde verklaring gegeven (Magendie, Journ. Til, 1823, p.319, fig. 6); zij houden de primitief buizen (Fibres nerveuses seconilnires) voor zamengesteld uit vier naast elkander liggende draden, waarvan de beide buitenste donkerder en duidelijk uit kogeltjes gevormd zijn, terwijl de middelste zich slechts van tijd tot tijd voordoen. Deze kogeltjes zijn het resultaat van optisch bedrog, niet van de ontleding der zenuwzelfstandigheid. Kogeltjes der laatste soort

12*

Sluiten