Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1834, S. 3G), Laüth (l'lnstitut, 1834, N°. 73), VolkmaNN [Nette Beitr. 1836, S. 2), Langenbeck [De retina, 1836, p. 6, 48), Remak (SIüller s Archiv, 1836, S. 145). Lacth, Treviranus (zie hier onder) cn Remak vonden varikeuze vezels ook in de spinaalzenuwen, en Remak houdt de varikeuze voor eenen vioegeren ontwikkelingstrap van de cilindrische, omdat zij bij jongere dieren menigvuldiger worden gevonden. Jacodemin (Isis, 1835, S. 472) schijnt lot soortgelijke resultaten, als Ehre.n'BERG, door onafhankelijke onderzoekingen gekomen te zijn; ook IiERRES [Oeslerr. Jahrb. IX, 1835, S. 274, Mikroskop. Anat. S. 88) neemt blaasjes, die parelsnoervormig in rijen vereenigd of door buisjes verbonden zijn, als elementen van de zenuwzelfstandigheid aan, die hij naar de toevallige vormen in verdere afdeelingen verdeelt, werwaarts wij hem niet volgen. Ehrenbet.g hield de ruimte, die tusschen de aan elke zijde dubbele omtrekken van de varikeuze en cilindrische zenuwen is ingesloten, voor de dikte van den wand; de eigenlijke scheede of buis, die het merg bevat, heeft hij niet gezien. Te regt stelde derhalve Kraüse (Poggend. Annalen, XXXI, 1834, S. 113) de boven medegedeelde resultaten van zijne onderzoekingen tegenover de opgaven van Enrenberg; te regt verklaart hij de draden, die de afzonderlijke opzwellingen verbinden, voorvaste, uit eene taaije zelfstandigheid gevormde fibrillen , verkeerdelijk echter de verwijdingen voor boopen van korreltjes, die in de (solide?) fibrillen zouden zijn ingesloten, en als opzwellingen eerst dan zich zouden vertoonen, •wanneer door drooging of oplossing in water de verbindende strengen dunner geworden zijn. Valentin (Müller's Archiv, 1834, S. 404) erkent, dat uit de uitwendige kenmerken van de varikeuze vezels het bestaan van eene inwendige holte niet met zcl'erheid kan worden opgemaakt; nogtans zou de buitenste zelfstandigheid toch betrekkelijk vaster zijn: op dwars afgescheurde draden zou zich het lumen als een dubbele cirkel voordoen, en bij sterkere compressie zelfs de vloeibare, olieachtige inhoud uitvloeijen. Korreltjes zouden, ofschoon slechts zelden en eerst bij beginnende rotting, vooral aan de opzwellingen, ziglbaar zijn. Valentin is in het onzekere, of de varikeuze vezels even goed als de onregelmatige kogeltje* en droppels, die zich daarnevens in de bersenzelfstandigheid bevinden, een waar histologisch bestanddeel zijn, en niet veeleer »eene chemisch zuivere stof." Ilij zag soortgelijke draden en kogels, slechts met eene minder duidelijke afscheiding van de binnenste vloeibare en buitenste vastere zelfstandigheid , in de vctachtige slof, die uit hersenen cn ruggemerg, na eene lange bewaring in spiritus, te voorschijn treedt. Beslissend verklaarde het eerst Trevirancs de varikeuze vezels voor kunstproducten [Beitr. II, 1835, S. 25 en volg.), daar onder zijne oogen , na bevochtiging met water, de regte vezels zich kronkelden en varikeus werden. Hij onderscheidt, in de centraalorganen bast- cn mergcilinders, gene geelachtig, donker, gewonden, deze kleurloos, licht cn regt; de mergcilinders meer dan driemaal zoo breed als de bastcilinders. De zenuwcilinders, die eveneens knobbelig kunnen worden, vertoonen somtijds overlangsche strepen, en Trevirarcs wil daarin fijnere cilinders gezien hebben, die op de wijze van eenen darm gewonden en onder elkander ineengekronkeld waren (het gestolde merg). Ilij noemt de primitieve cilinders van het zenuwstelsel buizen, maar met niet meer regt dan Ehrenberg. want ook bij houdt de met den buitensten donkeren rand van het zennwmerg

Sluiten