Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fijne Jamellen der hersenen varikeus zag worden. E. II. AVübek (Trevirakes . Beilriige, III, 1837, S. 101) deed dezelfde Maarnemingen. Gottscbe (Pfafe's Mittlieilungen, 1836, Heft 5 u. 6, S. 17) vindt de zenuwvezels in de versclie retina niet varikeus, en lioudt de varicositeiten voor kunstproducten. K. licnoACH (Beilriige, 1837, S. 14 en volg.) bevestigde de opgaven van Emmert en Valentin .omtrent liet maaksel der zenuwen op alle punten. Bij liet liggen in «arm water zag hij den inhoud der zenuwprimitiefvezels vandescheede af naar binnen wijken, en daarin varikeuze buizen vormen met dubbele randen; hij zag verder, wanneer eene primitiefvezel, terwijl zij haren vloeibaren inhoud uitstortte, achteruit getrokken werd, in den uitgepersten inhoud draden ontstaan, die aan beide zijden beurtelings uilbuigingen vertoonden en zeer veel overeenkomst met de hersenvezeis bezaten (S. 28). Bordaoh ontkent dien ten gevolge eveneens de wezenlijkheid en oorspronkelijkheid van de varicositeiten in de hersenvezels; den grond daarvan zoekt hij in de neiging van den inhoud om de kogelvormige gedaante aan te nemen; in de dikkere zenuwbuizen zou deze neiging door de adhaesie van den inhoud aan de binnenvlakte der scheede worden tegengewerkt. Mayer (Seelenorgau, 1838, S. 47) beschouwt als de oorzaak van de varicositeiten de laaiheid en kleverigheid van de zelfstandigheid, die de witte vezelmassa vormt. Terwijl de vezels in de lengte worden uitgerekt, zou de binnenste »gefingeerde en meer opgeloste" zelfstandigheid, die zieh niet te gelijk uitzet, eenen knobbeligen of varikeuzen vorm aannemen. Harting (v. d. Hoeven en de Vriese, Tijdschr. 1839, bl. 1) leidtde varicositeiten van de inwerking van het water af. Eindelijk gaven ook J. MiilLEit (Archiv, 1837, S. 11), Voikmann (Müiler's Archiv, 1838, S. 275) en Remak (Froriep's N. Notizen, 1837, N°. 47) hunne vroegere meening op , en vereenigden zich met die van TreviraüDS ; en als Edrenberg (Akaleplien des rothen Aleeres, Berl. 1837, S. 221, noot) n u wel is waar toegeeft, dat de varicositeiten door drukking ontstaan. maar gelijktijdig beweert, dat binnen het levende ligchaam de vezels aan zulk cene drukking blootgesteld zijn, dan zal wel niemand dit met hem eens zijn, die in de kwestie omtrent de varikeuze vezels niet persoonlijk betrokken is. Niet eens in een diagnostisch opzigt kan ik aan de neiging der zenuwen, om varikeus te worden, zulk een gewigt toekennen, als de laatst genoemde waarnemers daaraan toeschrijven, al ware het dan ook, dat het er om te doen was om de zenuwvezels van de fijne vezels van andere weefsels te onderscheiden. Daar varicositeiten ook aan fijne periphcrisclie vezels, aan naar buiten getreden zenuwinerg en zelfs aan grovere zenuwhuizen voorkomen, kunnen zij noch door gedeeltelijke scheuring, noch door gedeeltelijke insnoering of zelfs levendige zamentrekking der scheede (Remak), noch ook door de scheede in het algemeen, veroorzaakt zijn. Wij leeren door bet varikeus worden der zenuwen niets meer, dan hetgeen de regtstreeksche beschouwing aan de hand geeft, dat wij namelijk fijne strengen van zenuwmerg voor ons hebben. Zij kunnen in eene scheede of vrij liggen.

Dit .onderwerp was naauwelijks beslist, toen zich eene nieuwe strijdvraag voordeed, die nog niet volkomen is opgelost. Remak (Froriep's Pi. Notizen, N'. 47, 1837) onderscheidde aan de cerebrospinaalvezels de volgende deelen: 1. een buitenst, celweefselachtig omhulsel uit fijne vezels, die gedeeltelijk in haar beloop tot knobbeltjes opzwellen, gedeeltelijk aan haren rand met verschillend gevormde,

Sluiten