Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

as le scheiden, zoo zal dit onder gelijke voorwaarden in elke zenuwvezel geschieden. Wel is waar beroept Köllikïr zich daarop, dat de ascilinder of asvezel onder de meest verschillende omstandigheden, door koude. Mater, alkohol, aether, azijnzuur, chromzuur, sublimaat, jodium, zich altijd op dezelfde wijze vertoont; men kan echter uit deze reactiën niets meer opmaken, dan dat zij de natuurlijke scheiding van liet zenuwmerg in eene korst en een ascilinder niet storen of beletten, terwijl andere, b. v. de bijtende alcaliën, korst en as oplossen, en weder andere bet korrelige en beweegbare merg uitdrijven en de taaije asvezel ontblooten. Verwondert men zich, onder de reagentia der eerste soort ook aether en alkohol aan te treffen, zoo bedenke men tevens, dat de oplosbaarheid en smeltbaarheid der organische zelfstandigheden door hare wijze van mechanische verdceling veelvuldige beperkingen ondergaan. Iets anders is oplossen, iets anders is het opgeloste van plaats doen veranderen, en bijaldien celvliesjes ofcelscbeeden de opgeloste stof terughouden, gaat de inwerking van reagentiën spoorloos voorbij , en laat hoogstens eenige geringe veranderingen in omvang en in lichthrekencl vermogen na. Wat IlKiVLE van den beginne af aan wantrouwen tegen den ascilinder ' nboezemde, was dat vormsels, die zeer op cenen door zenuwmerg omgeven ascilinder geleken, onder omstandigheden te voorschijn kwamen, waar zij slechts kunstmatig uit vormloos zenuwmerg gevormd konden zijn, zoo b. v. in de fijn gewrevene zelfstandigheid van den u. opticus. Latere waarneming heeft hem in zijn wantrouwen steeds nog meer versterkt. Nadat hij door toeval geleerd had , dat bij grovere injectiën, wanneer de kleurstof niet tot voorbij de fijnste arteriën doordringt, slechts het vet der injectiestof de fijnste haarvaten vult, waardoor deze eene bedriegelijke gelijkenis op zenuwbuizen kunnen krijgen, maakte bij van deze waarneming gebruik om zich cilinders van half vloeibaar vet, ter dikte van gewone zenuwbuizen, te verschaffen. Van een stuk huid, dat met het tot injectiën gewoonlijk gebruikte mengsel van talk, was en terpentijn was opgespoten en daarna gedroogd, werden fijne sneedjes tusschen twee glasplaatjes onder het mikroskoop gebragt; een matige drukking was voldoende om het vet uit de doorgesneden vaten te doen uitzijpelen , deels in druppels, deels in lange kransen, die, even als de inhoud van zenuwbuizen, voorbij elkander schuiven zonder ineen te vloeijen, zich boogvormig of in een spiraal ineenkronkelen, wanneer de punt van den krans ergens wordt tegen opgehouden, en dan weder, wanneer deze laatste vrij wordt, veêrkrachtig uit elkander springen, of,ook wel , wanneer zij door kunstmiddelen waren uitgerekt, in golvende bogten zich weder terugtrokken. De droppels vertoonden dubbele en soms uit verscheidene lagen bestaande omtrekken, van welke lagen debinnenste er donker uitzag, en eene lichtere ruimte, die bedriegelijk op een ascilinder geleek, omsloot. Enkele malen ziet men ook deze lichtere as in eencn zeer bleeken dunnen draad overgaan. De temperatuur heeft op deze verschijnselen invloed ; als de glasplaatjes warm worden, vcrlileeken al de omtrekken, de strengen verliezen haar zelfstandig bestaan en haar vermogen om weêrstand te bicden; men behoeft alsdan op de keerzijde van het objectglaasje slechts wat aether te laten verdampen , om de pas genoemde verschijnselen weder te voorschijn te roepen.

liet ontbreken van den ascilinder in versche zenuwvezels werd met hare enkelvoudige begrenzing door Wagner (fieue Unlers. iiher den Ban tind die En-

Sluiten