Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ligchaampjes bevatten. De trapsgewijze oirnorming van embryonale vezels in merghoudende, na de baring, in de zenuwen van den uterus, beeft F. Kiiian (Zeitschr. f. Rut. Med. Ji. X) bij menscben en dieren kunnen nagaan.

Het boven in den tekst p. 170 gezegde wordt door de volgende onderzoekingen bevestigd. HARTIKG (Recherch. p. 74, 18i5) trok uit zijne metingen van zeuinvvezels op verschillenden leeftijd het besluit, dat de relatieve boeveelheid neurilem en dat de doonneler der primitiefbuizen met de jaren toeneemt; bij bet foetus meten zij 0 0034, bij pasgeborenen 0,009-010, bij volwassenen 0,016. Op het einde der 4de maand schijnt het aantal zenuwveiels reeds voltallig te zijn.

Pappekaeim (Comples reitd. torn, XXIII, p. 7U8. 184ü) zag bij een 4" lang katlen-foetus nog geen pacinischeligchaampjes; bij een 4'/^duim lang foetus waren zij gering in aantal. De minst ontwikkelde bestonden uit een celhoopje, zonder holte, zonder zenuwvezel; alleen aan den Meel zag men den zamenbang met eene zennwvezel. De concentrische ringen werden langzamerhand , en wel de peripherische het eerst, zigtbaar.

L. Scdrader (E.tjterim. circa regenerat. Güll. 1850) vond in bet litteeken van doorgesneden ganglia, bij konijnen, noch zenuw vezelen , noch gangliencellen. ISrOWN Seoüabd (1851 Gazett. med. p. 30) wil in het litteeken van het doorgesneden en desniettemin weder werkzaam geworden rnggemerg, bij duiven , haast bindweefsel ook zenuwvezels met dubbele omtrekken en gangliëncellen gezien hebben.

In enkele adhaesiën van pleura en peritoneum werden door Vircbow eenige zenuwvezels aangetroffen. Als nieuw gevormde hersenzelfstandigheid beschrijft hij op den wand der zijdelingsche hersenholte voorkomende knobbeltjes ter grootte van een halve erwt, die uit fijne zcnuwvezelen, naast groote kernen en kernligchaampjes, in eene fijnkorrelige massa bestonden.

Sluiten