Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vetdroppeltjes ook op andere plaatsen van de kraakbeencel, in de eerste plaats digt bij den omtrek van de cytoblast; het is mogelijk , dat op deze wijze de geheele kraakbeencel ten laatste eene eenvoudige vetcel wordt. Overigens komen de vethoudende cellen in de echte kraakbeenderen veel zeldzamer voor dan in de vezelkraakbeenderen , en in de eerstgenoemde, zoo het schijnt, alleen dan , wanneer ook de grondzelfstandigheid een begin van vezelvorming vertoont. Een zeer eigendommelijk voorkomen verkrijgen de kraakbeencellen dikwijls, terwijl de cytoblast fijnkorrelig blijft, door zich met kleine, verstrooide, zeer scherp begrensde kogeltjes op te vullen, die vooral om de kern opgehoopt zijn en deze bedekken. Misschien zijn het kalkaardige afzettingen ; ten minste, zij gelijken het meest op de kogeltjes, die men op het binnenste vlies van verbeende slagaders aantreft.

Wat den vorm betreft, zijn de blaasjes, die de kern in de eerste plaats omgeven, maar zelden naauwkeurig rond of ovaal, terwijl het zeer gewoon is, dat zij onregelmatig driehoekig, wig- of halvemaanvormig of vierhoekig zijn. Liggen er 2 cellen in eene holte bijeen , dan gelijken zij op bogen , waarvan de koorden naar elkander toegekeerd zijn ; zijn er 4 cellen in eene holte vereenigd , dan vormen zij te zamen een cirkel, en elke cel bezit ongeveer den vorm van een kwadrant, Door drukking nemen evenwel de cellen meestal eene regelmatig kogelvormige gedaante aan , en beweegt men door middel van het compressorium het gedrukte kraakbeenplaatje heen en weder, dan kan men zich gemakkelijk overtuigen, dat de kernen in de wanden van de kogelvormige cellen liggen.

De omtrekken der holten eindelijk volgen wel is waar gewoonlijk juist de omtrekken van de ingeslotene cellen , maar zijn toch ook niet zelden wijder dan deze, nu eens naar alle kanten, dan weder slechts in ééne rigting, zoodat b. v. eene rondachtige cel in eene elliptische hdlte ligt, en de middellijn van den cirkel met de kleine as van de ellips overeenkomt.

Nu is het de vraag, of de holten, waarin de kraakbeencellen of de kernen van kraakbeencelien bevat zijn , eenvoudige openingen van de grondzelfstandigheid , dan wel of zij inwendig met een bijzonder, van de grondzelfstandigheid onderscheiden vlies bekleed zijn? Is het laatste het geval, dan is het bekleedende

III. 15

Sluiten