Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot de eigenlijke vezeikr aakbeen deren beliooren de li(jamen/a intervevltibrulici, de sync hondioses , de kraakbeenderen van het oor, de epiglottis, de cartilagines Suntoriniaww en Wrisberfjianae, het kraakbeen van de buis van liiustachius, verder de cartiluijo interarlicularis van het borstbeen-sleutelbeen-gewricht, en het kraakbeenige bekleedsel van de gewrichtsvlakten van het kaakgewricht (1). Een hoogere graad van buigzaamheid en elasticiteit, alsmede de meer of min bepaalde gele kleur, onderscheidt deze kraakbeenderen van de echte. Ilunne zamenstelling is overigens in de hoofdzaak dezelfde, en aan de tuba Euslachïus en de tusschenwervelbanden hebben zelfs de vezels hier en daar eene groote overeenkomst met de minder duidelijk ontwikkelde vezels in dt grond zelfstandigheid van de zoo even beschrevene echte kraakbeenderen. Overigens zijn de vezels van de vezel-kraakbeenderen gewoonlijk veel donkerder, rutver en dikker. In de tuba Eustachii, de lusschenwervelbanden, het bekleedsel van het kaakgewricht, in de symphysis ossium pubis en in het kraakbeen tusschen het sleutelbeengewricht loopen zij nog vrij evenwijdig, in de tusschen-wervelbanden en de symphysis der schaainbeenderen , naar het schijnt, loodregt van de eene der naar elkander toegekeerde beenvlakten naar de andere; in de kraakbeenderen van het oor en in de epiglottis (plaat Y, fig. 7, a, a) zijn zij menigvuldig in een hoek gebogen, als verward, en slechts zelden een lang eind weegs afzonderlijk na te gaan. De cellen van de vezelkraakbeenderen zijn gemakkelijker van hare vezelige grondzelfstandigheid te scheiden , dan van de homogene grondzelfstandigheid der echte kraakbeenderen ; zij vallen ligt uit de openingen, waarin zij liggen, of laten zich door eene matige drukking er uitpersen. Ook de cellen zijn nu eens enkelvoudig met eene enkele kern (fig. 7, A, B), dan weder bevatten zij onderscheidene kernen (C) of kernen met cellen. Vethoudende celkernen en cellen komen er in voor, en wel veel menigvuldiger dan bij de echte kraakbeenderen. Twee eigendommelijke vormsels der cellen heb ik, misschien door toeval,

(1) 'J'cn onregte beweert Meckader (t. a. p.), dat deie vlakten aan liet kraakbeenige bekleedsel gebeel en al ontbreekt. Zij is ecbler inderdaad zeer dim, en kan slechts door afschaven worden daargesleld.

Sluiten