Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kraakbeenzelfstandigheid bezitten. Kraakbeenvorming schijnt dikwijls , ofschoon niet altijd, de ycrbeeningen vooraf te gaan , b. v. in de sereuze overtreksels van de ingewanden (1). In fibreuze en andere gezwellen ontwikkelen zich niet zelden enkele kernen van kraakbeenzelfstandigheid , die later verbeenen; kraakbeenmassa's ontstaan aan de buitenste zijde der synoviaalvliezen, steken als gesteelde gezwellen in de gewrichtsholten uit, en vallen eindelijk daarin los. Een gezwel, dat in mikroskopische en chemische kenmerken inet het kraakbeenweefsel overeenkomstig is, heeft J. Müller onder den naam Encliondroma beschreven (2).

Het nut der kraakbeenderen berust op hunne eigendommelijke vereeniging van vastheid en elasticiteit, waardoor zij aan weeke deelen tot steun dienen , en toch zekere bewegingen, door spieren of uitwendige drukking, toelaten. De synchondroses vormen zeer vaste en toch eenigzins zamendrukbare en uitzelbare verbindingen der beenderen ; de gewrichtskraakbeenderen matigen de drukking, waaraan de oppervlakten der beenderen blootgesteld zijn.

Enkele punten van verschil in het maaksel der kraakbeenderen van lagere gewervelde dieren , namelijk met betrekking van de verhouding der cellen tot de grondzelfstandigheid, werden reeds ter geschikter plaats medegedeeld. Verg. J. Muller, Poggendorff's Ann. XXXVIII, S. 537 en volg.

De sceletkraakbeenderen van ongewervelde dieren, b. v. van de sepiao, zijn mikroskopisch nog niet onderzocht. Uit het kraakbeen van den kop van den loligo verkreeg J. Müller geene lijmachtige stof. Vele andere vormsels brengt men wegens hunne hardheid en hun uitwendig voorkomen onder de kraakbeenderen , b. v. de kaken van de gasteropodes , hunne roede, de sluitbanden van de tvveeschalige schaaldieren, enz. Of het te regt geschiedt, moeten mikroskopische en chemische onderzoekingen eerst uitmaken.

Hoe gemakkelijk ter mikroskopische waarneming het kraakbeenweefsel zich ook laat toebereiden, en hoe gemakkelijk de vezels en ccHcn ook zijn daar te stellen, zoo

(1) Biciiat, t. a. p. p. 198.

(2) Buit und Tonnen der krankh. Geschwiïlste, S. 31.

16*

Sluiten