Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan den eenen kant in fijne vaten voort, die uit het merg ontspringen ; aan den anderen kant, aan de oppervlakte der beenderen, gaan zij in de aderen van het beenvlies over. Van uit de slagaderen laten zij zich , om redenen die niet bekend zijn , niet opspuiten ; bijna bestendig vindt men ze echter na den dood met een zwart bloed of een stremsel opgevuld, dat zich in de nabijliggende bloedaderen uitstrekt. Deuxscu (1) beweert, dat de aderen hare kanalen niet geheel aanvullen , maar eene ruimte overlaten, die door merg wordt ingenomen. Hij vergelijkt diensvolgens de kanalen van Breschet met de mergbuizen van de compacte beenderen. Maar de kanalen , die Deutscii in de schedelbeenderen waarnam , wijken ook in hun beloop van de veneuze kanalen af, die Brescuet beschrijft: zij zouden uit eene wijde holte onder de knobbels der wandbeenderen ontspringen , en , vier in getal, zich naar de hoeken van het been verspreiden , waar zij blind zouden uitloopen. Zijn zij derhalve blijkbaar iets anders, dan de kanalen van Bresciiet, misschien slechts toevallis verwijde mergcellen van de diploe. Miescher (2) kon ze niet terugvinden , bevestigde daarentegen , volgens eigene onderzoekingen, de opgaven van Breschet (o).

Van de tegenwoordig nog twijfelachtige lymph-vaten der beenderen was reeds vroeger p. ö4 sprake. In de holten der beenderen van een ooijevaar zouden zij , volgens eene mededeeling van v. Heekeren (4), door Brugmans gevonden zijn.

Zenuwen, die in de holten der beenderen indringen, zijn er slechts door weinige waarnemers gezien. Zij vergezellen , volgens Duvernoy (5), Monro (6), Kunt (7) en Murray (8), de vasa nutritia. Het bestaan daarvan wordt bewezen door de gevoeligheid

(1) Oss. strucluri, p. 25.

(2) t. a. p. p. 58.

(3) Afbeeldingen der veneuze kanalen komen voor bij Breschet, t. a. p. en Rech. anatom. sur le système veineux, verder in Bichat, Anat. gén. T. III, pl. 3.

(4) De osteogenesi praelernaturali, Lngd. Bat. 1797, p. 3.

(5) Mém, de l'acad. de Paris, 1700, p. 196.

(G) Traite d'ostéol. p. 12.

(7) Continent, anatom. de nerv. hracliii. Göttingen, 1784. p. C.

(8) Lodwig, Script, neurol. min. IV, 252.

Sluiten