Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ren verkregen , zoo zijn er tevens zouten uit het beenkraakbeen en uit de dierlijke vochten bijgemengd, namelijk zwavelzure soda, gevormd ten koste van het zwavelgehalte van het kraakbeen en koolzure potasch. Het koolzuur van het kalkzout ontwijkt zoowel bij het gloeijen van het been, als bij het uittrekken der beenaarde door middel van zuren. Bepaalt men in het laatste geval de hoeveelheid van het vervlogen koolzuur, en voor gegloeide beenderen de hoeveelheid vrije, niet met phosphorzuur verbondene kalk, zoo vindt men beide in dezelfde onderlinge verhouding, als

in koolzure kalk.

De phosphorzure kalk is het basische zout, dat men kunstmatig kan daarstellen, hetzij door kleine hoeveelheden chloorcalcium in phosphorzure soda te droppelen , of door neutralen phosphorzuren kalk met ammonia in overvloed neêr te ploffen. Het bestaat, volgens Berzelius , uit 8 atomen calcium-oxyde, 5 atomen phosphorzuur; volgens Mitscherlich (1), uit drie atomen calcium-oxyde en een atoom phosphorzuur. Het is niet kristalliseerbaar, niet in water, maar wel in zuren, ook in melkzuur, gemakkelijk oplosbaar. Men praecipiteert de phosphas calcis uit de beenderen, wanneer men gebrande beenderen in zoutzuur oplost, filtreert, en het zuur door ammonia verzadigt. De vrije kalk uit het koolzure zout blijlt over. De aanwezigheid van fluor in de beenderen wordt daardoor bewezen, dat bij behandeling van gegloeide beenderen met zwavelzuur een destillaat verkregen wordt, dat het glas aantast en kiezelfluor-waterstofzuur bevat. De magnesia wordt verkregen, wanneer men gebrande beenderen in salpeterzuur oplost, met ammonia verzadigt, en dan het phosphorzuur met azijnzure potasch praecipiteert. De gefiltreerde vloeistof wordt door zwavelwaterstof van lood, met zuringzure ammonia van kalk bevrijd, gefiltreerd en gegloeid, waarop na uittrekken met water de magnesia zuiver overblijft. Geringe sporen van ijzer- en mangaan-oxyde zijn waarschijnlijk yan

het bloed afkomstig.

De verhouding, waarin de anorganische bestanddeelen voorkomen, blijkt uit de volgende quantitatieve analyse van Berzelius. Menschenbeenderen bevatteden in 66,70 deelen anorganische stof:

, (1) Chemie, II, 121

Sluiten