Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

basische phosphorzure kalk met een weinig fluor-

calcium 53,04

koolzure kalk 11,50

phosphorzure (?) magnesia 1,16

soda en een weinig keukenzout 1,20.

Volgens Denis (1) stond de koolzure kalk tot de phosphorzure, in de beenderen Tan een 5jarig kind, als 10,00 tot 52,32, in de beenderen van eenen SOjarigen man als 6 tot 55 , bij eenen 78jarigen als 12,8 tot 44,9.

In de beenderen, die Berzelius ontleedde, maakt de organische stof 33,50 pCt. uit, wat echter niet alles kraakbeen was; 1,15 pCt. bedroeg de in warm water onoplosbare zelfstandigheid, vaten volgens Berzelius , en tot de in warm water oplosbare stof behoort behalve het kraakbeen nog het bindweefsel en de extractiefstof van het in de kanaaltjes bevatte merg. De verhouding van de anorganische tot de organische bestanddeelen in de beenderen , wisselt volgens den leeftijd, verandert bij ziekten, en is verschillend in verschillende beenderen van hetzelfde scelet; maar deze verhouding wordt niet enkel door het kalkgehalte van het beenkraakbeen, maar ook door de hoeveelheid en wijdte der mikroskopische mergkanaaltjes bepaald. Iloe meer de laatste de overhand hebben, des te kleiner zal schijnbaar het kalkgehalte van een been zijn, en het verschil wordt des te meer in het oog vallend, hoe minder het been gedroogd is, omdat het water hoofdzakelijk tot den inhoud der mergkanaaltjes behoort. Zoo geloof ik het te kunnen verklaren, waarom Berzelius vroeger (2) de verhouding van de dierlijke bestanddeelen tot de anorganische in sponsachtige en compacte beenderen gelijk vond, terwijl Bees (5) daarentegen, die de organische bestanddeelen in het algemeen hooger opgeeft, wijl hij de beenderen minder sterk droogde, in verschillende beenderen aanmerkelijke verschillen waarnam. Volgens zijne opgaven bevat de bastzelfstandigheid van de volgende beenderen:

(1) Recherches exper. sur le sang. p. 33.

(2) Chemie, 2^ Edit. IV, Afd. !, p. 141.

(3) Lond. and Edinb philns. mag. 1838, Anrj,

Sluiten