Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nogtans vindt men ook vrij standvastige minima voor hunne grootte in verschillende beenderen. In de rib van eenen volwassenen man b. v. hadden de meeste beenligchaampjes niet meer dan 0,004"' lengte op ongeveer 0,002 breedte ; in de pijpbeenderen van een iund vraren zij 0,0025—0,0085 " lang, en iets meer dan tweemaal zoo breed als lang; in een schedelbeen van den mensch vond ik ligchaampjes van 0,006—0,015"' lengte op 0,0010—0,0022'" bieedte (Ij. Dikwijls laat zich in de onderlinge ligging der beenligchaampjes en in hunne verwijdering van elkander eene zekere regelmatigheid niet miskennen. Zoo schijnen de buitenste in Fig. 9 , °P gelijken alstand van elkander te liggen, en zijn als aaneengeregen in eene met de mergkanaaltjes concentrische rij; eene tweede soortgelijke rij schijnt verder naar binnen te volgen ; dikwijls zag ik zulke concentrische rijen in nog veel regelmatiger afstand van 0,007—0,000 ", maar altijd veel verder uiteen, dan de dikte der lamellen van het beenkraakbeen bedraagt.

Slechts zelden vertoonen de beenligchaampjes zich helder, met donkere omtrekken, of zwak korrelig (Fig. 10, A, B), en dan gelijken zij volkomen op de overeenkomstige ligchaampjes van het beenkraakbeen; de meeste zijn bij opvallend licht glinsterend wit en korrelig, bij doorvallend licht donker geel; dikwijls ziet men ook het midden licht en de randen of punten donker, dikwijls omgekeerd, de randen en punten licht en in het midden als dunne donkere klompjes. In zoutzuur lost zich onder gasontwikkeling de korrelige stof op, die de ligchaampjes ondoorschijnend maakt. Het schijnt derhalve zeker, dat zij beenaarde bevatten, niet chemisch gebonden, maar in den vorm van een poedervormig praecipitaat, niet enkel in de wanden, maar ook in het binnenste gedeelte, en het wordt daardoor tevens waarschijnlijk , dat zij holten of openingen der zelfstandigheid zijn , en des te meer, daar men ze op doorsneden van beenkraakbeenderen nooit, zoo als de cellen der blijvende kraakbeenderen , aan den rand ziet uitsteken.

(1) 0.0084"' lang, 0,0048'" breed in de ulna, Valentin. 0,0048—0,0072"' in de langste, 0,0017—0,0030 in de smalste doormeting op de dwarse doorsnede van een dijbeen, Miescher. 0.0058—0,02"' lengte op 0,0014—0,0076"' breedte, Kracse. 0,0038—0 0132'" lengte op 0,0016—0.0045"'breedte, Jïrcns.

Sluiten