Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volkomen schijnt omgezet zijn; er ontstaan aan de oppervlakte, tusschen been en beenvlies, nieuwe lagen van kraakbeen, die dan verbeenen, terwijl tevens de digtst bij de inergholte gelegene, oudste lagen verdwijnen, waardoor zich de holte verwijdt. Tot die slotsom geraakte men daardoor, dat men dieren, die nog in het tijdperk van hunnen groei verkeerden , met meekrap voederde.

Tusschen de meekrap en den phosphorzuren kalk bestaat namelijk eene chemische verwantschap in dier voege, dat de phosphorzure kalk , wanneer zij uit eene oplossing, die meekrap bevat, neergeslagen wordt, de kleurstof medeneemt. Wordt nu door middel van het voedsel meekrap in het bloed gebragt, zoo verbindt dit zich met de beenaarde, op het oogenblik, waarop deze tot het kraakbeen treedt, en al het been, dat gedurende de aanwezigheid der kleurstof in het bloed nieuw gevormd wordt, onderscheidt zich door de roode kleur. De werking vangt ongemeen spoedig aan. Flourens (1) zag het skelet van eene jonge duif levendig rood na een enkelen maaltijd van meekrap, die 6 grammen bedroeg, en reeds vijl uren na het gebruik daarvan. Het eerst bediende Dühamel zich van dit middel, om de wijze, hoe het been groeit, te leeren kennen (2). Nadat hij aan jonge dieren afwisselend een tijd lang meekrap en dan weder gewoon voedsel gegeven had , zag hij de pijpbeenderen uit afwisselend witte en roode lagen gevormd , die van de mergholte af naar de oppervlakte toe elkander in dezelfde orde opvolgden, als de verschillende voedingswijzen. De binnenste laag was derhalve de oudste ; de buitenste was het laatst gevormd, Flourens, die deze proeven met volkomen hetzelfde gevolg herhaalde , nam verder waar , dat in die mate , als er nieuwe lagen afgezet werden, de binnenste verdwenen. Bij een speenvarken , dat 20 dagen lang meekrap gekregen had , zag men op de dwarse doorsnede van het dijbeen eenen binnensten witten en eenen buitensten rooden kring ; hetzelfde been van een ander, dat eene maand langer met meekrap gevoed was , had zich geheel en al rood gekleurd , terwijl de binnenste ongekleurde beenlaag geresorbeerd was geworden. Werd na kortstondige voeding met meekrap

(1) Ann. des Sc. ?iai. 2e Série, Xllï, 103.

(2) Acad. de 1742, p. 354; 1743, p. 138.

Sluiten