Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet been al", voor zoo ver liet aan den invloed van het bloed onttrokken is; het wordt necrotisch. Circuleert er eindelijk in de vaten van het been eene grootere hoeveelheid bloed , zoo dat het tot vermeerderde exsudatie, echter niet tot verstopping van de vaten komt, dan verandert het exsudaat in been weefsel , en het been wordt hypertrophisch , compacter, zwaarder , en ook dikker. Dit geschiedt echter slechts dan , wanneer de hoeveelheid van het exsudaat gering is; wanneer deze aanzienlijker wordt, kan er slechts een gedeelte in beenweefsel overgaan; het overige wordt etter.

Na een verlies van zelfstandigheid of eene scheiding in den zamenhang vormt er zich nieuw beenweefsel in het exsudaat, dat de vaten van het beenvlies, van het merg en van de fijne mergkanaaltjes le\eicn. Dit wordt eerst kraakbeen, dan, onder vorming van hollenen vaten, door afzetting van kalkaarde tot been. Macdonald merkte op (1), dat reeds op den derden dag, na de beleediging van een pijpbeen, de in den omvang daarvan afgezette gelei bij voeding met meekrap eene roode kleur aannam. De proef werd °P jon£je duiven genomen. Volgens de onderzoekingen van Miescher heeft de vorming van het nieuwe been alleen van het oude uit plaats, zoowel van deszelfs oppervlakte, als na eene breuk, van de breukeinden. De volkomene genezing van eene beenbreuk heelt plaats, wanneer de breukeinden genoegzaam tot elkander genadeid zijn, zoodat de van beide uitgaande nieuwe beenstof zamenkomt ; anders verandert het daar tusschen gelegene in bindweefsel en wordt er een kunstmatig gewricht gevormd. Intusschen zag Vrolik (2) in het kraakbeenweefsel, dat eene wond in het vooihoofdsbeen sloot, de verbeening in enkele punten beginnen ; en B. Klint (3) heeft zelf de reproductie van eene rib en eene volkomene nieuwe vorming der fibula bij honden waargenomen , nadat hij de rib volkomen ontwricht en de fibula met haar periosteum verwijderd had. In deze gevallen moet de nieuwe vorming van het been van de weeke deelen uitgegaan zijn. Een

(1) Uiss. de necrosi et callo. Edinb. 1795.

(2) Opmerkingen over de wijze, waarop de opening in den schedel na trepanatie wordt aangevuld. Amst. 1837.

(3) v. Grüpe's en 1. wmther's Journ. 1836; p. 513,

Sluiten