Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opzigten op het been weefsel. Het heeft dezelfde met kalk gevulde holten met de stervormige verlengsels en kanalen, als de beenzelfstandigheid. De gemiddelde grootte der holten bedraagt 0,0062"', de doormeting der kanaaltjes 0,0001—0,001"'(Betzius). De laag van deze bastzelfstandigheid is het dikst aan den wortel, naar de punt toe, en in den inham tusschen twee wortels op de superficies alveolaris; zoo noemt namelijk Purkjnje de aan de kaauwvlakte tegenovergestelde vlakte van den tand. Bij eenen eenvoudigen wortel is zij niet zigtbaar en zet zij zich in den wortel voort; wanneer er echter meer wortels voorhanden zijn, dan staan deze niet onmiddelijk naast elkander, maar tusschen hunnen oorsprong blijft de superficies alveolaris vrij. De cernentlaag van den wortel is des te dunner, hoe jonger de tand is; bij oudere tanden wordt zij dikker, en vormt de zoogenaamde exostosen. Bij zaamgegroeide wortels komt, volgens Lindergr (1), ook ter plaatse waar zij vergroeid zijn, cement voor. Van de punt af allengs dunner wordende, laat het cement zich met het bloote oog niet verder vervolgen dan tot daar, waar het email-overtreksel van de kroon een begin neemt; intusschen heeft Frünkel (2) het eenmaal een klein eind weegs over het email heen vervolgd, en Nasmyth (5) beschreef, onder den naam van blijvend tandzakje, eene het email der menschentanden bekleedende fijne laag, die niets anders zijn kan dan cement. Na behandeling met zoutzuur verkreeg hij het als een lijn vliesje, dat zich in de tandkas uitbreidde , en den geheelen tand als een zakje overtrok. Het best ziet men het aan tanden , die pas zijn doorgebroken ; echter komen enkele overblijfsels er van ook aan afgesleten tanden voor. De buitenste laag van het vliesje zou vezelig, de binnenste netvormig zijn , als het ware uit zeshoekige cellen zamengesteld, misschien afdrukken der overeindstaande emailvezels. Nasmyth zag bij den mensch geen beenligchaampjes. Van den wortel laat zich bij menschentanden , wier beenaarde in zuren is opgelost, gemakkelijk het kraakbeen der bastlaag in den vorm van een vliesje aftrekken. Het is, vol-

(1) Zalinheilk. p. 171 , Taf. XI, fijr. 3.

(2) DenU structura, p. 7.

(3) Medico-chirurg. Transact. XXIf, 312.

Sluiten