Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de tandholte concentrische strepen, zoo als reeds door Schregek werd opgemerkt (1).

Behalve de grootere bogten, ziet inen bij eene sterkere vergrooling, dat de buizen nog andere korte, digt op elkander volgende krommingen in den vorm eener golvende lijn bezitten 2). Op 1"' lengte komen wel 200 dergelijke krommingen. In de wisseltanden zijn zij over het algemeen geringer in aantal; ook zijn zij tegen de buiteneinden der buizen minder sterk dan op het midden van deze. Buitendien komen, voornamelijk in oudere tanden, meer en minder sterke bogten voor, welke in eene menigte van op elkander volgende buizen onderling overeenstemmen, en zoodoende strepen concentrisch met de doorsnede van de binnenvlakte des tands vormen, welke door overlangs loopende buizen zouden kunnen te weeg gebragt schijnen. Aan fijne sneedjes van tandkraakbeen worden de bogten door drukking geëfiend (5).

In hun geheele beloop van binnen naar buiten vertoonen de buizen gaffelvormige verdeelingen, en geven aan weerszijde fijne takken af, waaronder het lumen der buizen, vooral van het midden van het laatste derde gedeelte tot aan het buiteneinde, trapsgewijze kleiner wordt. De takken verdeelen zich wederom , en vullen gedeeltelijk de ruimten tusschen zich en de naast aangrenzende buizen aan; gedeeltelijk slaan zij zich over deze heen, en schijnen zich in de naast aanvolgende tusschenruimten voort te kronkelen (4). liet digtst bij de tandholte zijn de takjes zeldzamer, en vertoonen vaak niets meer dan kleine oneffenheden en punten. Het schijnt niet, dat de takken van verschillende buizen zich, behalve aan hunne einden, onderling verbinden. De middellijn der buizen vond ik bij den mensch , ook geheel en al in de nabijheid der tandholte, nimmer boven 0,001"' (5); naar het einde toe worden zij onmeetbaar fijn , of gaan in kleine, onregelmatig ronde, verstrooid liggende cellen over. De onderlinge afstand der

(1) Isenflamm en R0SEN5IÜLLER, Beitr. I, 2.

(2) Retzios in HliiUER's Arch. 1837, P], XXI , fijj. 2.

(3) FRaNKEL, t. a. p. p. 13.

(4) Retzics, t.. a. p. Tl. XXII. (5) 0.0023"' volgens Retzios; 0,0008— 0.0015'" naar Linderer; 0.0007"'—0.0023"' Kracse; 0.0013'"—0,0016"' in de nabijheid der tandholte, Brcns.

Sluiten