Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de tusschen in gelegene groeven van met verscheidene punten voorziene kiezen loopen zij in enkele punten als in een draaipunt uit.

Aan de oppervlakte van het email en op doorsneden er van ontdekt men met het hloote oog of met de loup velerlei strepen en figuren, in welker wijze van ontstaan men nog niet voldoende is doorgedrongen. Zeer regelmatige en golfvormige dwarsstrepen verloopen op de voorvlakte en rondom de kroon, met name aan de snij- en hoektanden, zeer digt op een, zoodat Retzius er 24 binnen ééne lijn telde. Leeuwenhoek (lj hield deze strepen voor de sporen , overgebleven van het doorgaan des tands door het tandvleesch, hetgeen in ettelijke tusschenpoozen zou plaats vinden. Volgens Retzius hangen zij daarvan af, dat de emailvezels in een zeker aantal gordels zijn afgezet, welke schuins van de kroon naar de punt opklimmen , en van welke steeds de eene een gedeelte van de naast er onder liggende, als de eene dakpan de andere , bedekt. Krause (2) onderscheidt door het geheele email heen blaauwachtig-witte en krijtwitte vezels, welke overeenkomstig gekleurde platte lagen vormen. De lagen liggen met hunne vlakten aan elkander, zouden met hunne randen naar de binnen- en naar de buitenvlakte der emaillaag gekeerd zijn , en verschijnen daardoor aan de oppervlakte , maar ook aan geslepene dwarssneedjes , als kringvormig geordende , afwisselende strepen , ter dikte van telkens twee lagen , hetgeen op neerkomt. 3Iij scheen dit gestreept zijn op de¬

zelfde wijze te worden voortgebragt, als het lintachtig aanzien van pees- en zenuwvezels, namelijk door eene golvende of zigzagvormige "kromming der emailvezels, die men aan dunne plaatjes van het nog weeke email van de oppervlakte van jonge tanden goed kan waarnemen.

Eene tweede reeks van figuren bestaat uit evenwijdige, meestal bruinachtige strepen, welke aan de punt des tands concentrisch met den rand van het tandbeen, aan de zijden bijna evenwijdig aan de as des tands loopen. (5) Met het bloote oog ziet men slechts een klein getal dier teekeningen ; met de loup komen tusschen deze 1

(1) Opp. I, C, p. 5.

(2) Anat. 2B uitgave, I, p. 152.

(3) FRaNKEL, t. a. p. Fig. 1, cf. 2, i. Ketziüs , i. a. p. PI. XXI, fig. 7, (ld*. f-lSDEliER, PI. XXII , fig. 2, ƒ, y, o.

Sluiten