Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De het digtst bij de middellijn gelegene was de grootste, en scheen het eerst ontstaan te zijn. Bij een 10 weken oud foetus hebben de papillen, onder 1 en 2 aangeduid, zich reeds in de zakjes teruggetrokken, welke als blaadjes van de grondvlakte der tepels af zijn opgegroeid, maar de tepels kunnen nog door de openingen der zakjes waargenomen worden ; de zoomen om de tepels, onder 5 en 4 aangeduid, zijn duidelijker geworden. Ook deze veranderen zich alras in opene zakjes, terwijl zij met soortgelijke zoomen aan de achtervlakte der tepels in aanraking zijn gekomen. In den buitensten hoek der greppel, achter den tepel onder 1, vertoont zich op den bodem eene nieuwe verheven plek, eerst in de bovenkaak, vervolgens, een of twee weken later, ook in de onderkaak. In de elfde tot de twaalfde week smelten de randen der wallen op de tusschenruimten tusschen de zakjes ineen; er blijft slechts een naad over, welke door de openingen, die naar de holte der tandzakjes voeren, is afgebroken. De wallen zijn van nu af aan de voor- en achterwand van den processus alveolaris geworden ; in den proeessus alveolaris van elke kaak liggen 10 zakjes; in ieder zakje een tepel. Ieder tepel zit met zijn voetstuk op den bodem van het zakje vast, en steekt met zijne punt in de dertiende week nog uit de opening van het zakje naar buiten, gelijk men op nevens¬

gaande overlangsche doorsnede van de kaak zien kan, waar de tandtepels door de ernaartoe gaande vaattakken gekenmerkt zijn. Elke tepel heeft reeds den vorm van de kroon des tands, voor welks vor¬

ming zij bestemd is. Aan den vorm des tandkiems beantwoordt ook eenigermate de vorm van de openingen der zakjes. De rand van de snijtand-zakjes is aan weerskanten ingesneden en is derhalve tweelobbig; de rand van het zakje voor den hoektand heeft een buitensten en twee binnenste lobben; aan de zakjes der kiezen zijn 4 of 5 lobben; elk lobje beantwoordt aan een knobbel deikroon, elke inkeeping aan eene harer groeven.

Yan nu af aan groeijen de tepels minder sterk dan de overige gedeelten der kaken; zij 'zinken derhalve in de zakjes terug, terwijl te gelijker tijd de openingen zich zamentrekken. Digt achter deze vertoont zich aan-eiken tandeen scherpe, halvemaanvormige inham, welks uitholing na de opening is toegekeerd: hiervan zal

Sluiten