Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met de beginnende ontwikkeling der tanden toe te nemen ; de absolute hoeveelheid vloeistof neemt echter af, naarmate de tandkiem in groei toeneemt.

De binnenvlakte van het tandzakje is glad , even als een sereus vlies; van haar rijst ter plaatse, waar de tandkasvaten naar binnen gaan, in onmiddellijk verband met het tandzakje de tandkiem omhoog, als een vast, uit cellen gevormd ligchaam, waarin zich later vaten en na langer tijdsverloop ook zenuwen ontwikkelen. Hare oppervlakte is overtrokken met een doorschijnend vast vliesje , de membvana praeformativa, dat geene vaten bezit en in eene structuurlooze grondlaag ronde korrels of holten bevat. De het naast daaronder liggende cellen staan op meer regelmatige rijen dan de meer naar binnen gelegene, zijn in de lengte uitgerekt en onder regte ol weinig daarvan verschillende hoeken naar de oppervlakte toe gerigt. Alle bevatten eenen nucleus (Scuwann). In de diepte zijn slechts rondachtige cellen aanwezig, en tusschen deze en de cilindrische vormen der oppervlakte komen allerlei overgangsvormen voor. even als bij het cilinder-epithelium, waarom eene meer breedvoerige beschrijving wel gemist kan worden. Terwijl nu de tandkiem groeit, gaan er nieuwe lagen van rondachtige cellen onder de oppervlakte in den cilindrischen vorm over, raken in de lengte aan elkander, en worden tot vezels, welke straalsgewijze van de as der pulpa naar de oppervlakte verloopen en op regelmatige afstanden met hare celkernen bedekt zijn. Deze, in den beginne rondachtig, worden allengs ovaal, veranderen in de bekende korte, gekronkelde ligchaampjes, en vloeijen eindelijk ook tot vezels ineen , waaraan ook dwars loopende takjes zigtbaar worden.

Wanneer de verbeening op handen is, rijst de membrana praeformativa tot ettelijke heuveltjes in de hoogte , welke de grondslag der latere verhevenheden zijn, en tusschen welke de emaillaag van den rijpen tand ingrijpt.

Tegenover den tandkiem , en, zoo het schijnt, eveneens in zarnenhang met het tandzakje, ontstaat het orgaan voor het email (de uitwendige pulpa van Hunteu ; organon adamantinae van Purkinje). Het stelt in den beginne, wanneer de tandkiem naauwelijks is aangeduid, een kogelachtig ligchaam met eenigzins ruwe opper-

Sluiten