Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kalkaarde neerslaat. Iloe intusschen hunne inmonding van den eenen kant met de tandholte, van den anderen kant met de celholten in het cement tot stand komt, is nog niet opgehelderd.

Zoodra het tandbeen eene zekere dikte bereikt heeft, begint de verbeening van het emailvlies, almede van de oppervlakte af, dat is te zeggen, het digtst van de membrana praeformativa af. Aan de losgemaakte emaillagen hangen buiten aan stukken van onverbeende vezels of cellen , en het is opmerkenswaardig , dat reeds de cellen, waaruit de emailvezels ontstaan , meest in zigzag naar elkander toe gebogen zijn, zoodat, wanneer eene pas verbeende cellenrij zich van links naar regts keert, de naast aanhangende nog weeke cellenlaag van regts naar links gerigt is.

Van de membrana praeformativa uit, gaat dus de verbeening in den tandkiem naar binnen , in het email naar buiten ; in den tandkiem tot aan de as, waar het overige gedeelte nog onverbeend blijft, in het email tot aan de emailpulpa , welke het allerlaatst in cement verandert. Welligt dat aan de vorming van het cement het tandzakje zelf deel heeft; voor de bastlaag van den wortel vermoedt Purkinje (1), dat zij door verbeening van het tandzakje gevormd wordt, en Nasmytii (2) toont aan, dat de bastzelfstandigheid van den wortel met die der kroon ook bij den mensch eenen doorloopenden zamenhang heeft; derhalve moet zij uit het tandzakje ontstaan. In het email gaat de verbeening in eene zekere mate nog verder voort dan in de overige zelfstandigheden van den tand ; want de organische zelfstandigheid neemt er nog meer af. Schwann (5) vermoedt, dat dit het gevolg zij eener chemische oplossing door de vloeistoffen der mondholte; intusschen is het niet wel te begrijpen, waarom zich dit tot het email bepalen zou , en waarom het tandbeen of cement niet ook aangetast zou worden.

Eerst tegen het tijdstip der geboorte, en wanneer de vorming van de tandkroon geheel voleindigd is, begint de ontwikkeling

(1) IIascbkow, Melet. p. 1.

(2) T. a. pl., p. 312.

(3) Mikrosk. Unters., p. 122.

Sluiten