Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/Verf. Gas. 1850, p. 703) beschrijft de genoemde kogels als eeri areolair of cellenweefsel, hetgeen reeds in de wccke pulpa voorhanden zou zijn, en welks cellen, naarmate zij digter hij de verheenende oppervlakte komen, des te regelmatiger en van meer gelijke grootte worden. De kringen, in geslepen tandbeen, die Czermak en Bate met de jaarkringen in hout vergelijken, hangen af óf van interglobulairruimten, óf van golfvormige buiging, óf van plaatselijke uitzetting van tandhuisjes.

In enkele gevallen heeft Tomes bij den inensch in de zelfstandigheid van het tandbeen kanaaltjes ter opname van bloedvaten waargenomen: eenmaal liep het kanaal door de tandbeenmassa tusschen de beide wortels van een lies; een ander maal was bet met cement bekleed: steeds monden vele der in de buurt liggende tandhuisjes in de holte van zulk een kanaal in. Bij sterk afgesleten tanden wordt de tandholte door eene soort van secundaire afzetting van tandbeen enger, door eene achteraan komende verbeening dus van het buitenste gedeelte der pulpa. Zoodanig tandbeen is gewoonlijk met bloedvaten doorloopen, en op hunne kanalen staan de buisjes straalvormig geordend, even als om de eigenlijke holte der pulpa.

Tomes houdt ook de vezels van het email in het algemeen niet voor vaste vezels; maar geheel of ten deele zouden zij een fijn kanaaltje bevatten, dat aan pas gevormd email en in kleine stukjes zelfs aan de cmailvezels van volwassenen nog te zien zou zijn. Digt bij het tandbeen is het email vaak met langwerpige, onregelmatige kanalen doorsneden , die breeder zijn dan de emailvezels zelve, en deze onder een hoek snijden. V. Biora verkreeg de zuiltjes van het email afzonderlijk door fijndrukken tusschen twee metaalplaten. Czermak zag na bestrijking met verdund zoutzuur de dwarsstrepen der zuilen en de zuilen zelve duidelijker. Het naar builen toe dikker worden van het email scheen hem toe hoofdzakelijk van het dikker worden der enkele emailvezels af te hangen. Volgens hem zouden de verschillende gekleurde strepen, die men op doorsneden van email ziet, menigmaal afhangen van zeer talrijke dunne einailkanaaltjes, die in eene digte rij bijeen staan. Ledige ruimten komen vaak en in allerlei grootte, vorm en rigting in het email voor. Vele zijn kunstproduct, en mocijelijk van oorspronkelijk gevormde te onderscheiden. Nu eens gelijken zij op de fijne vertakkingen der tandhuisjes; dan weder zijn zij grooter en onregelmatiger; soins staan zij in bossen bijeen, vermoedelijk door Linderer onder den naam van graauwe vezelbossen beschreven. Czermak en Likderer nemen aan, dat de tandhuisjes zich hier en daar tot in de holten van het email uitstrekken. Volgens Tomes zoude het net van de zoo menigvuldig met elkander'anastomoserende takjes der tandhuisjes voor een soort van circulatie moeten dienen. In het tandbeen zou dus hetzelfde plaatsvinden als in het gewone been , en hiertoe behoort ook het cement", welks verbinding met het tandbeen bekend is. Lessing had reeds vroeger (1845), op dezelfde gronden als voor het beenweefsel door hem werden aangevoerd (zie hoven p. 291), aangetoond, dat de tandbeenbuisjes, ondanks hunne witte kleur, niet met kalklouten, maar wel met vocht gevuld zijn. In de uitgevallen tanden van oude lieden zijn de wortels doorzigtig als hoorn, en juist in deze vond Tomes de tandbeenbuisjes met eene op de grondstof gelijkende zelfstandigheid gevuld, waardoor zij dan ook moeijelijk te zien zijn.

Tomes neemt, even als voor het been, ook voor het tandbeen aan, dat de

Sluiten