Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door zijn verloop afsteekt (van dit alles overtuigt men ziel) gemakkelijk aan fijne overlangsche en dwarse doorsneden van niet al te hard gedroogde oogleden, die men dan op de óbjecttafel eenige uren in water weer laat opzwellen). Het lumen der blaasjes is gevuld met veelhoekige, eenigzins afgeplatte cellen. Deze bevatten grootere en kleinere blaasjes , die geheel het uiterlijk van vetdrupjes hebben, en door hunne donkere omtrekken veel sterker in het oog springen dan de bleeke cellen zelve, waarin zij besloten zijn. In het midden der laatste stelt zich vaak een grooter rond vetdrupje op den voorgrond, hetgeen de plaats van kern zou kunnen schijnen te bekleeden. Intusschen ziet men in de minder gevulde cellen eenen waren bleeken cytoblast met een kernligchaampje.

Eene andere soort van blinddarmvormige klieren ziet er meer zamengesteld uit, en kan op het eerste gezigt op de trosvormige gelijken, en wel daardoor, dat het ondereinde van het buisje zich tot een kluwen ineen wikkelt. Hiertoe behooren de zweetklieren der huid *en de oorsmeerklieren. De kluwen der laatste liggen diep in de huid, en zelfs tot in den pumiiculus üdïposus 'v hare uitlozingsbuis, d. i. de niet ineengerolde voortzetting van het klierbuisje, loopt, in een spiraal gewonden , tot aan de oppervlakte der huid voort. Breschet en Roussel de Yauzème (1) beelden zweetklieren van den mensch af, wier uitlozingsbuizen door dwarstakken met elkander in gemeenschap staan. Wanneer dit werkelijk zoo voorkomt, dan zou men daarin een overgang tot de netvormige klieren kunnen zien. Burciiuaudt (2) nam dergelijke anastomosen waar tusschen

(1) Annal. des Sc. nat. 2° Sér. II. PI. X, fig. 33.

(2) Observationes de uleri vaccini fabrica. Basil. 1834, lig. 1-

[Vervolg.) Maipigdi (Opp. 1687, Vol. II, p. 220) had reeds op de binnenvlakte van den uterus hij herkaauwende dieren klieren gevonden en ze voor afzonderende organen gehouden; na hem werden zij beschreven door Baee [TJeber die Ge/assverb. zwischen Muiter titid Frucht, 1828), door E. H.WebeR, door Eschriciit [De orfjatiis, t^uae resp. et nuti'. foetus inserciunt, tlalmae, 183/. p. 43), door Sharpet (London and Edinb. Montlil. Journ., Fehr. 1 842) bij den bond. Vóór den laatsten had Jonn Reid die in den menschel ijken uterus opgemerkt, maar geloofde nog niet, dat de decidua, uit het veranderd uterus-slijmvlies •ontstond. Volgen? Süarpey namelijk worden in den zwangeren uterus de vlok-

Sluiten