Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

breken. Het epithelium bestaat meest uit cilindrische cellen (p. 502); plaveisel-epitlielium bezitten alleen de uitlozingsbuizen der kleinste slijmklieren en der melkklieren, verder het nierbekken en de nierkelken, terwijl in de ureteren en in de blaas een vorm voorkomt, die het midden houdt tusschen plaveisel- en cilinder-epithelium, en dien ik overgangs-epilhelium genoemd heb.

Men kan de verhouding der uitlozingsbuizen tot de klierkanaaltjes met de verhouding der vuatstammen tot de haarvaatnetten vergelijken. Hier zijn de haarvaatnetten, gelijk daar de klierkanaaltjes, het, in physiologischen zin , wezenlijke bestanddeel: de boomvormig vertakte buizen met hare spierwanden hebben slechts vloeistoffen af en aan te voeren. Volgens deze analogie heeft men geene strenge afscheiding tusschen de klierkanaaltjes en uitlozingsbuizen te verwachten ; intusschen schijnt de overgang niet minder trapsgewijs plaats te. hebben, dan tusschen de capillairvaten aan de eene, en arteriën en aderen aan de andere zijde. Bij de nieren is de inmonding der afzonderlijke kanaaltjes in de uitlozingsbuizen zeer scherp begrensd , en hoogstens laat zich voor de daclus papillares de vraag opperen , of zij bij deze of bij gene te rekenen zijn. In andere klieren wijst ons deels het epithelium , deels de spierrok den weg.

Hoe zich de spierrok in de trosvormige klieren verhoudt, werd boven aangegeven ; hoe ver zij zich van het veis deferens af uitstrekke, moet nog onderzocht worden. Wat het epithelium betreft, zoo behoudt het, wel is waar, in den bal den cilindrischen vorm zijner bestanddeelen tot in de klierkanaaltjes toe (1), en voor de trosvormige klieren zou ik niet durven staande houden , dat niet reeds in de fijnere takken der uitlozingsbuizen het cilinder-epithelium in plaveisel-epithelium overgaat; daarentegen heb ik mij overtuigd, dat zelfs de fijnere takken van de uitlozingsbuis der melkklier, wanneer gedurende het zogen de trosjes zich met vethoudende cellen vullen, hun bekleedsel van fijne, heldere plaveisel-cellen behouden. *

Aan de uitlozingsbuis van den bal kent men sinds Haller een

(1) In liet kanaal van den Lijbal werden de cilindertjes door Porkinje waargenomen. Naturf. in Prag. 183G. p. 174.

Sluiten