Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de in het bloedplasma bevatte stoffen (zie boven p. 445) komen in de excreta voor:

1°. Vezelstof, in het zaad , en misschien in het slijmsap. Iletbestanddeel van het zaad, dat tijdens de uitlozing geleiachtig is en later tot kleine vlokjes stolt, en de stof in het slijm, die in het water teedere , gestreepte vliesjes vormt (1), komen in hare hoofdkenmerken met de vezelstof overeen. In de urine werd zij enkele malen aangetroffen , zonder verschijnselen van een dieper , algemeen of plaatselijk lijden.

2°. Eiwitstof, in het oorsmeer en in het slijm (Bebzelius) , in het darmsap, in het succus pancreaticus en in de gal (?) (Gmelin), somwijlen in het speeksel (5).

3°. Kaasstof, in de melk , en volgens Gmelin in het speeksel, in het pancreas-sap en in de gal.

4°. Vet, in groote hoeveelheid in huid- en oorsmeer, in de gal (choleslearin) en in de melk.

5*. Extractiefstoffen, onder den naam van speekselstof en osmazoon, in alle eicreta met verschillende onbeduidende wijzigingen. Zie het chemisch gedeelte.

6". Galpigment.

7°. Pisstof.

8°. Melkzure, koolzure, phosphorzure en zwavelzure zouten en chlornatrium. Zij zijn in alle secrela voorhanden en zoo tamelijk dezelfde als in het bloed.

Er is derhalve, met uitzondering der riekende stoffen, niet één der nadere bestanddeelen van het bloedplasma, dat ook niet in het een of ander secretum zou voorkomen.

Daarentegen kent men eenige stoffen in de secreta, die tot nu toe nog niet in het bloedplasma zijn aangetoond, te weten:

1°. Bilin.

2°. Piszuur.

3°. Melksuiker.

4°. Vrij melkzuur.

(1) Vogel, Prodrom. disq. spulorum. p. 14.

(2) F. en H. Nasse, Unters. I. 207.

(3) Zie Vogel in Wagner, Physiol. p. 211.

Sluiten