Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veranderden kristalvorm van het keukenzout wordt opgemaakt. Het vooral bestaan van de bilin in het bloed is derhalve niet bewezen noch wederlegd.

Hetzelfde geldt voor het piszuur. Het piszuur is niet slechts moeijelijkei' aan te toonen dan de pisstof, maar ook in oOmaal mindere hoeveelheid in de urine voorhanden. Dat een negatief resultaat hier geen waarde hebben kan, blijkt genoeg; overigens is ook dit negatieve resultaat nergens bepaald opgegeven.

Melksuiker is alleen in de melk bevat, zou derhalve ook alleen in het bloed van zwangeren en zogenden mogen gezocht worden, en, na ziekte of wegname der melkklieren, zich in grootere hoeveelheid moeten ophoopen. Dat zal misschien eenmaal door proeven op dieren, wier melkklieren geëxstirpeerd zijn, worden uitgemaakt (!); voor het oogenblik kan men ten voordeele dezer beschouwing slechts wijzen op de boven, p. 100, medegedeelde ondervinding van Schregeh , die in een exsudaat, na eene zoogenaamde melkmetastase, melksuiker gelooft gevonden te hebben.

Het melkzuur, dat in vele excreta voorkomt, is wel is waar ook in het bloed voorhanden, maar aan bases gebonden. Men zou derhalve aan de klieren het vermogen moeten toeschrijven om dit zuur uit zijne verbindingen los te maken. Hoe dit geschieden zou, zonder dat een sterker zuur de melkzure zouten ontleedt, kan men zich niet gemakkelijk voorstellen. Daarentegen is eene andere wijze van ontstaan van het melkzuur in de excreta denkbaar. In de melk ontstaat hij hoogst waarschijnlijk door eene vrijwillige ontleding van de melksuiker (zie pag. 102), somtijds nog binnen de klier, maar telkens eenigen tijd nadat de melk aan zichzelve overgelaten gestaan heeft. Stoffen, welke, even als de melksuiker, het vermogen hebben om melkzuur te vormen, kunnen ook in andere excreta voorkomen. Amylum, gummi en rietsuiker geraken door de voedingsmiddelen in het bloed; een gedeelte er van zet zich reeds in het bloed, ol op den weg er naar toe, in melkzuur om , dat naar de in het bloed aanwezige bases gaat, het koolzuur van deze verdringende; een ander gedeelte

(1) In liet Moed van gezonde melkgevende koeijen licliben Mitscberlicii, Hmeiik en Piedemann de melksuiker te vergeefs gezocht. Tiedemann en Tbevir. Zeilsclir. v. 1 7.

Sluiten