Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tum wegvloeijen , zijn zij toevallig (pathologisch) afgestooten, even als de epilhelium-cellen der huid door congestie en ontsteking worden afgestooten. Men zou zelfs aan een periodiek vervellen kunnen denken. Men stelt zich in dit geval de cellen, in betrekking tot de afscheiding, als passief voor. Die beschouwing is zeer verleidelijk , wanneer men voorloopig alleen het oog vestigt op de in den regel met een zoo regelmatig epithelium bekleede blinddarmvormige klieren der maag en der darmen; maar zij kan niet voor alle klieren gelden.

Het epithelium ontbreekt aan de meeste, gedurende den tijd dat zij met kracht afzonderen ; juist die, welke in aanhoudende werking zijn, hebben nimmer een volledig epithelium, zoo als de nieren ; in de eigenlijke maagsapklieren schijnt het zich ook nimmer te ontwikkelen. Z-al men aannemen , dat een orgaan gedurende zijn geheele bestaan naar eene volmaking streeft, die het nimmer bereikt, — dat de toestand zijner volle werking met eene onvolkomene ontwikkeling zamenvalt ? ik zou daarom liever het epithelium, waar het voorkomt, voor een soort van feestkleed wenschen aan te zien, dat de klier aantrekt, wanneer zij rust van den arbeid. Zelfs in de zaadkanaaltjes kwam het epithelium mij dan het fraaist voor, wanneer de voortbrenging van het eigenlijke secretum niet zeer krachtig was.

2C. De endogene cellen ontstaan bij toeval en zonder doel in het cytoblasleem, zoolang dit in het levende ligchaam vertoeft, wijl het eenmaal de eigenschap eener levende organische vloeistof is, cellen te vormen. In dit opzigt zouden de endogene cellen dan met de elter-ligchaampjes gelijk te stellen zijn, die zich in uitgezweete, zoogenaamde plastische stollen in overmate vormen , oin daarna te worden uitgestooten. De groote gelijkenis van het slijm en de etterligchaampjes pleit voor deze beteekenis; zij past echter niet op de klieren, wier lumen slechts cellen en bijna geen vloeistof bevat, zoo als de nieren, en nog minder op die, wier endogene cellen eene zoo eigendominelijke ontwikkeling hebben als de smeer- en melkklieren, om niet eens van de ballen en de eijerstokken te spreken.

5°. De endogene cellen dragen op eene of andere wijze tot de bereiding en volmaking van het secretum bij, doordien zij óf

Sluiten