Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woonte geworden congestie, óf in de neiging lot congestie ; dit hangt weder af Tan onmiddelijke of middelijke verlamming der vaten, en de oefening der afscheiding laat zich ten slotte uit de voor het geheele zenuwstelsel geldige wetten verklaren. Doch ook de voortbrenging van specifieke secreta laat zich door prikkeling bevorderen, wel niet van alle, met name niet der eigenlijke uitwerpselen ; maar blijkbaar wordt de hoeveelheid, in welke melk en zaad gevormd worden, tot op eene zekere hoogte door het willekeurig gebruik bepaald. Misschien heeft de onlediging van de uitlozingsbuis daarop invloed, in zoo verre daardoor de klierkanalen in staat gesteld worden om nieuwe stoffen uit het bloed op te nemen.

Misschien ligt aan de hernieuwing der gezegde secreta een analoog beginsel te gronde als dat, hetwelk de hernieuwing van m andere vastere weefsels bestuurt. Wij hebben gezien, hoe de hoorn weefsels, met name de nagels en de haren, al verder en verder blijven doorgroeijen, wanneer zij verhinderd worden eene zekere grens te bereiken. De voortbrenging van jonge cellen aan den wortel der nagels, die met de volledige vorming der nagels zou moeten ophouden, duurt het geheele leven door, wanneer de randen der nagels voortdurend worden weggenomen. Eveneens zou de vorming van een secretum vermeerderd en uit eene periodieke in eene aanhoudende veranderd kunnen worden, wanneer het secretum maar altijd-door werd uitgescheiden. Dat het secretum vaak daaronder lijdt, en zijne volledige ontwikkeling niet bereikt, daarvoor geeft de ondervinding toereikende bewijzen aan de hand. De invloed van het zenuwstelsel op de hoedanigheid der secretiën, waarvan wij boven (III p. 162) eenige voorbeelden hebben bijgebragt, is over het geheel nog raadselachtig.

Zoo lang een secretum in de klierlobjes en de kanaaltjes verwijlt, heeft er geenerlei beweging mede plaats. Jlen mag zich niet voorstellen, dat de afzondering alleen in de blinde uiteinden der klieren geschiede en van daaruit bestendig blijft voortgaan. In de netvormige klieren, aan welke men hier het eerst denkt, bestaan zulke blinde einden óf in het geheel niet, óf zijn toch zeer onwezenlijk. Zoo ver het vlies eener klier gelijke geaardheid heeft, zoo ver scheidt het op alle punten zijner oppervlakte gelijkelijk af.

Sluiten